Ik bouw een quarantaine

Ik kijk naar buiten. Recht in de ogen van de ontluikende lente. De hemelsblauwe lucht zindert van het leven. Door het open raam hoor ik de vogels de mooiste liedjes fluiten. In de tuin fladdert een citroenvlindertje zorgeloos rond in de eerste zonnestralen van de dag. Het ziet er allemaal zo vredig uit.

Wat een schril contrast met de hallucinante werkelijkheid waar wij mensen ons momenteel in bevinden. Het coronavirus houdt ons van noord naar zuid en van west naar oost in zijn greep. Geen land lijkt de dans te kunnen ontspringen. We zitten allemaal in hetzelfde schuitje.

Mijn hoofd loopt ervan over. Al die schrijnende berichten, de vreselijke keuzes die in sommige ziekenhuizen moeten worden gemaakt. De opeenvolgende waarschuwingen en maatregelen, de onmacht. En ergens kan ik het ook niet écht bevatten. Lijkt het niet tot mijn allerdiepste kern te willen doordringen. Of is dat uit zelfbescherming? Om niet gek te worden van angst, van onzekerheid?

Misschien is het ook wel logisch dat het (nog) niet helemaal tot me doordringt. Mijn generatie heeft de oorlog niet meegemaakt. We hebben erover gelezen, we hebben de films gezien. En vinden het afschuwelijk, onmenselijk wreed. Maar wat je niet zelf aan den lijve hebt ondervonden, kun je nooit helemaal bevatten. Wij zijn gewend aan een – min of meer – zorgeloos leventje. Aan vrijheid, aan gaan en staan waar we willen. Aan eten en drinken in overvloed. Aan gezellig samenkomen met vrienden of familie. Uitstapjes naar de dierentuin, naar het zwembad. En zo verwend als we zijn, is deze situatie volledig nieuw voor ons. Voelt het voor ons, als naoorlogse generatie, zo surreëel.  

Gelukkig is de huidige toestand verre van een oorlogssituatie. We mogen in onze handen knijpen dat we hier in vredestijd mee te maken krijgen. Geen voedseltekorten, geen angst voor bommen en granaten. Maar een lachertje is het ook zeker niet. Daar kunnen velen al over meepraten. Toch denk ik dat we moeten proberen te kijken naar wat we nog wél hebben. En nog wél kunnen.

We mogen de moed niet laten zakken. Met zijn allen moeten we dit virus te lijf gaan. Letterlijk en figuurlijk. Niet alleen door de afgekondigde maatregelen te respecteren, maar ook door elkaar erdoorheen te slepen. Elkaar moed in te spreken. In contact te blijven op andere manieren. Wat mogen we dan ook blij zijn met onze moderne technologieën die dit mogelijk maken.

We hebben er hier thuis al dankbaar gebruik van gemaakt. Zoonlief heeft geskypet met zijn beste vriendje. Ze toonden elkaar om de beurt hun favoriete speelgoedjes. Al dan niet met gekke geluiden erbij. Hun gezichtjes straalden. Het was heerlijk om te zien.

Laten we daar een voorbeeld aan nemen. Aan de flexibele en vrolijke manier waarop onze kinderen met deze situatie omgaan. Zij kunnen zo zorgeloos opgaan in hun spel. Leven in het moment. Wat een rijkdom.

Zo was mijn zoon gisteren van alles aan het verslepen. De salontafel, de poef, de bank, … hij schoof alles tegen elkaar. Daarna begon hij het geheel met speelgoed te versieren. Toen ik hem vroeg wat hij aan het doen was, luidde zijn antwoord:
“Ik bouw een quarantaine. Dan kan ik daar lekker in relaxen.”