Scharreliewarrelies

Hoe koop je een kip? vroeg ik me af. We hadden nu wel een gezellig kippenhok, een redelijk groot afgebakend stuk tuin, alle eet- en drinkbenodigdheden én comfortabele bodembedekking, maar er ontbrak nog één ding: de kippen zelf.

Voor zover ik weet, bestaat er geen kippenwinkel waar je naar believen een paar – levende! – kippen uit de winkelrekken kunt plukken. Navraag leerde dat we ze telefonisch konden bestellen bij de plaatselijke winkel voor tuin, dier en bakplezier (voor de ongeruste lezer: dat laatste slaat op bakproducten, je moet het los van de dieren zien).

Zo gezegd, zo gedaan. Ik kreeg een vriendelijke mevrouw aan de telefoon die me vroeg welk kippenras en welke kleur ik had gewenst. We gingen voor Cochin krielkippen vanwege hun rustige, kindvriendelijke karakter. Nadat ik me ervan had vergewist dat het echt niet uitmaakte welke kleur ik zou kiezen (ik wilde niet dat zusjes omwille van hun kleur uiteen zouden worden gehaald), koos ik dan maar voor een bruine, een witte en een gespikkelde. Zou zoonlief vast wel leuk vinden, zo’n bonte verzameling kippen.

Liefde op het eerste gezicht

Een kleine twee weken later was het zover. Op een woensdagmiddag mochten we onze kipjes gaan halen. Wel zo fijn voor zoonlief, want die wilde natuurlijk maar wat graag mee.

We moesten ons bij de kassa van de winkel melden, waar we na betaling onze gevederde vriendjes in ontvangst mochten nemen. We stonden alle drie te stuiteren van opwinding toen een medewerkster met een grote doos kwam aanlopen. Nadat ze de doos voorzichtig op de grond had gezet, liet ze ons er een blik in werpen.

Brandend van nieuwsgierigheid staken we onze hoofden bij elkaar om ze te kunnen zien. Daar zaten ze dan. Drie superschattige pluizenbolletjes dicht tegen elkaar aangekropen van angst. Voor ons was het liefde op het eerste gezicht. Zelfs papa die er eerst niks van wilde weten (omdat het hebben van dieren extra werk met zich meebrengt), keek uiterst vertederd naar de drie kipjes. Er zat trouwens nog een verrassing bij: aan de telefoon werd mij verteld dat de kuikens vier maanden oud zouden zijn. Maar nu bleek er een kleintje bij te zitten die nog een stuk jonger was. En in plaats van een gespikkelde, kregen we een prachtig parelgrijs kipje.

Heel voorzichtig reden we met onze kostbare lading naar huis. Toen kwam het spannendste onderdeel: de kippen uit de doos halen. Ik ben nogal een held op sokken, maar met handschoenen aan durfde papa deze taak gelukkig wel op zich te nemen. Die handschoenen bleken overigens geen overbodige luxe. Uit verdediging of van angst werd er meermaals in gepikt.

Toen manlief de kipjes voorzichtig in hun nieuwe onderkomen had gezet, lieten we ze eerst een tijdje met rust zodat ze konden bijkomen en aan hun nieuwe omgeving konden wennen.

Later op de dag mocht zoonlief zijn gevederde vriendjes een verlaat ontbijt op bed gaan brengen. Nou, daar hadden de dames wel zin in. En de glimlach van oor tot oor van zoonlief spreekt ook wel boekdelen, denk ik.

Het eerste contact was gelegd.

Haantje de voorste

Inmiddels zijn we bijna twee weken verder en is het alsof Bruintje, Grijsje en Witje – hoe kom je erop – hier altijd al zijn geweest. We zijn alle drie dol op ze! Het is ontzettend grappig om te zien hoe verschillend ze zijn. Ons dappere kleine Witje is een echt haantje de voorste. Ze was dan ook de eerste die het kippenhok durfde uit te komen. Bruintje is altijd op haar hoede en werpt zich duidelijk op als beschermvrouwe van het trio. Grijsje, ten slotte, is de rustigste van het stel.

Eerlijk gezegd heb ik nog nooit zo graag in de keuken gestaan als nu. Het uitzicht op onze scharrelende kippen – ik noem ze liefkozend scharreliewarrelies – maakt elke afwas goed. Zo leuk om te observeren wat ze aan het doen zijn! Soms maken ze gekke sprongen in de lucht om een vliegend insect te vangen. Op andere momenten zitten ze heel gezusterlijk naast elkaar in een hoekje om te rusten en zich te wassen. Want kippen zijn heel schone dieren, zoveel heb ik al geleerd.

Zonder zeuren naar bed

En wat ook zo zalig is: ze gaan uit zichzelf op stok. Nog voor het echt schemerdonker is, gaan de dames zonder mopperen – je hoeft het ze zelfs niet te vrágen – het trapje op en hun nachthok in. Iets daarna komen wij het deurtje dichtschuiven zodat ze veilig en warm zitten. We kunnen het niet laten om altijd nog even door een kiertje te loeren om te zien of alles goed met ze gaat. Echt, je kunt je niet voorstellen hoe ontzettend schattig dat eruitziet, die drie fluffy bolletjes in hun hokje. De dames zitten gezellig bij elkaar en maken een zacht geluidje als we naar ze kijken. Snel doen we het deurtje weer toe en laten ze lekker slapen.

Daarna is het tijd om mijn eigen kuiken in bed te stoppen. Dat heeft iets meer voeten in de aarde. Pyjama aan, tanden poetsen (soms een hele uitdaging), voorlezen en niet te vergeten een hele reeks hoe-kan-ik-mijn-bedtijd-nog-wat-rekken-perikelen. Variërend van “Ik heb nog dorst” tot “Ik moet weer plassen.” En dan natuurlijk nog allerhande belangrijke levensvragen die niet tot morgen kunnen wachten: “Mama, is mijn bed van atomen gemaakt?” bijvoorbeeld.

Als ook zoonlief slaapt, gaat deze moederkloek tevreden naar beneden. Nog even wat me-time met een goed boek of gezellig met manlief voor de buis hangen. Om niet veel later mijn eigen nest op te zoeken. Ik moet tenslotte de volgende dag zelf ook weer vroeg uit de veren.

7 gedachten over “Scharreliewarrelies”

    1. Wat fijn dat je zo van mijn blog genoten hebt! 😊 Wie weet, maar ze zijn nu nog maar zo’n 4 maanden oud (Witje zelfs nog jonger) en leggen nog geen eieren.

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s