Mag ik jouw bril even lenen?

In mijn recente blog Moederskindje in coronatijd schreef ik hoe blij mijn 6-jarige zoon is om het klokje rond bij mama thuis te mogen vertoeven. Hij heeft er nog geen traan om gelaten dat de scholen wegens het coronavirus gesloten zijn.

Niet dat hij het daar nu zo vreselijk vindt, hoor. Hij heeft een lieve juf en fijne klasgenootjes. Het leren gaat hem ook goed af, dus ongelukkig is hij er zeker niet. Maar onder moeders vleugels voelt hij zich het veiligst en durft hij helemaal zichzelf te zijn. Het is een echt moederskindje.

Uiteraard ben ik blij dat mijn zoontje zo dol op me is, laat dat duidelijk zijn. Maar het is ook best intensief. De hele dag door klinkt het: “Mama! Mamáááááá!”

Hij is bovendien enig kind en heeft dus geen broertje of zusje om mee te spelen (of ruzie mee te maken). Ik kan het dan ook niet over mijn hart verkrijgen om hem keer op keer te antwoorden dat ik nu echt even dit of echt even dat moet doen. Om nog maar te zwijgen over zijn buitengewone gave om mij met zijn grote bruine puppyogen en knipperende wimpers over te halen tot het spelen van weet ik wat voor spel.

Het schrijven van dit blog heb ik dan ook al minstens tien keer onderbroken om speelgoedautomaatje met zoonlief te spelen. Waarom ik dan niet ’s avonds schrijf als hij in bed ligt? Omdat ik tegen die tijd zelf al half op apegapen lig. Dan krijg ik echt geen zinnig woord meer op papier.

Het gevolg is wel dat ik vaak gefrustreerd ben over al de dingen die ik zou willen doen, maar waar ik niet aan toe kom. En ’s avonds afgepeigerd op de bank neerplof om niet lang daarna zelf in bed te kruipen. Tot mijn wekker de volgende dag weer roept: “Mama, kóóóm!”

Maar dan zie ik een reactie van een mama op Instagram over mijn moederskindje. Wat fijn dat je kind zo flexibel is, schrijft ze.
Ineens is het alsof ik door een andere bril naar mijn zoon kijk. En dan zie ik het ook: hij heeft zich geweldig aan deze nieuwe omstandigheden aangepast. Hij is helemaal niet van slag door de veranderingen die ons leven zo plots op zijn kop hebben gezet. Stelt zich er amper vragen bij. Wat is hij flexibel!
Bedankt, lieve insta-mama, om mij even je bril te lenen.

Misschien zouden we dat allemaal eens moeten doen: de bril van iemand anders opzetten.
De mensen die nu nog altijd de maatregelen aan hun laars lappen, zouden dringend eens door de bril van een zorgverlener op de intensive care moeten kijken. En wat te denken van de mama’s (en papa’s) die op internet roepen dat we niet moeten zeuren dat we onze kinderen nu de hele dag thuis hebben – we hebben toch zelf voor kinderen gekozen?

Wat als deze ouders nu eens de bril opzetten van een papa of mama met een kind met een (of meerdere) stoornis(sen)? De mensen met een tuin, de bril van iemand die in een klein appartementje zonder balkon woont. En gezinnetjes de bril van alleenstaanden eens op hun neus zetten. Of andersom.
En ga zo maar door.

Het is zo gemakkelijk om over een ander te oordelen, zolang we door onze eigen – door onze persoonlijke situatie gekleurde – bril kijken. Laten we die daarom voor deze keer eens afzetten en er eentje van een ander lenen. Het zou voor veel meer begrip kunnen zorgen. Voor meer compassie. En verdraagzaamheid. Iets wat we in deze nare tijd maar al te goed kunnen gebruiken.  

Mét zonder oma

Ik laat me langzaam in het warme badwater glijden. De amandelolie verspreidt een heerlijke geur. O, wat is dit zalig. Ik voel me beetje bij beetje tot rust komen.

Vrijdag speelde ik juf. Zaterdag was ik plots kapster. Maar vandaag is het zondag en hoef ik lekker niets te doen. Zelfs even niet te moederen. Papa en zoon spelen beneden met de Transformers. Ze maken motion picture filmpjes, dus daar zijn ze wel even zoet mee. Heb ik mooi een momentje voor mezelf.

Ik heb een oude Libelle mee naar de badkamer genomen, mijn favoriete tijdschrift. Het is er een uit het precoronatijdperk. Fijn, kan ik even mijn zinnen verzetten.

Maar zoals altijd als ik even een momentje rust heb, borrelt er van alles naar boven. In mijn hoofd, welteverstaan. Ineens krijg ik een geweldig idee: wat als ik oma – die door de coronacrisis al drie weken alleen thuis zit – nu eens uitnodig om samen met ons te lunchen? Weliswaar via videochat, maar toch. We bellen regelmatig met elkaar, aangezien we een kleine 350 km bij elkaar vandaan wonen. En nu met deze toestanden nog vaker. Maar samen eten voelt wel extra bijzonder.

Als ik uit bad ben, stuur ik haar direct een appje. Oma is meteen enthousiast. Ik had ook niet anders verwacht. Mijn moeder is echt een gezelligheidsmens. Dol op haar vijf kinderen en tien kleinkinderen. Je kan haar niet gelukkiger maken dan als we allemaal bij elkaar zijn. En nu is ze door dat rottige virus volledig geïsoleerd in het kleine dorpje waar ze woont.

En dus zitten we om twaalf uur mét zonder oma aan de keukentafel. Ik heb mijn smartphone zo neergezet dat ze zowel ons als de borden en het broodbeleg kan zien. Nadat ik oma erop gewezen heb dat we enkel haar boezem aanschouwen, en ze haar telefoon verplaatst heeft, kunnen we aan onze gezamenlijke lunch beginnen.

Het is bijna net of oma echt bij ons aan tafel zit. We zien én horen hoe ze het laatste restje jam uit de pot schraapt. Hoe ze tevreden van haar thee nipt. En we kletsen honderduit. Het is echt ontzettend gezellig. Dat we daar nou nooit eerder aan gedacht hebben. Het is een vreselijk iets, deze pandemie. Maar je wordt er wel heel creatief van.

Moederskindje in coronatijd

Kinderen die hun vriendjes en klasgenootjes vreselijk missen. Kleintjes die niet begrijpen waarom ze opa en oma niet mogen knuffelen. Kinderen die bang zijn voor het enge virus dat hun – en onze – wereld zo plots op zijn kop heeft gezet.

Het is nogal wat om te behappen voor ons kroost. Van de ene op de andere dag is hun vertrouwde leventje overhoop gegooid. Hoezo mag ik niet naar school? Mama die ineens mijn juf is? Waarom mag ik niet met mijn vriendje spelen, ik ben toch braaf geweest? Ze kunnen het niet plaatsen. Wij volwassenen kunnen het al amper bevatten. Kun je nagaan.

De broodnodige structuur die voor een veilig gevoel zorgt bij kinderen is plotsklaps weggevallen. De voorspelbaarheid heeft plaatsgemaakt voor onzekerheid. Best heftig voor onze kleintjes! Er zullen deze eerste twee weken van verplicht thuisblijven ongetwijfeld al de nodige kindertraantjes gevloeid zijn.

Zo niet bij mijn 6-jarige zoon. Om eerlijk te zijn: hij vindt het heerlijk thuis. De hele dag bij mama rondhangen is zo’n beetje zijn ultieme droom. Ons gevoelige mannetje heeft er altijd al moeite mee gehad om zijn mama (tijdelijk) los te laten. Waar zijn klasgenootjes hun papa of mama vrolijk aan de schoolpoort gedag zeiden, liep ik de eerste kleuterjaren regelmatig als een piraat met zijn houten been in een wielklem over het schoolplein. Tot de bel ging en de juf hem van mij overnam.

Logeren? Daar kun je mijn zoon echt geen plezier mee doen. Behalve als mama meegaat, dan vindt hij het prima. Papa mag natuurlijk ook mee. Maar alleen papa is niet voldoende. “Mama moet het doen” is hier in huis niet voor niets de meest gehoorde uitspraak.

Op voetballen, naar de jeugdbeweging of andere clubjes? Hetzelfde verhaal. Hij voetbalt liever met mama of papa in de tuin. Of op het schoolplein met zijn vriendjes. Thuis trakteert hij ons regelmatig op een heuse breakdanceshow. Dan gaat hij helemaal los. Maar kerstliedjes zingen met de hele klas op de kerstmarkt? No way. Hij staat liever naast zijn mama in het publiek naar het optreden te kijken.

Carnaval. Nog zoiets. Thuis zet zoonlief gerust zijn zwembroek op zijn hoofd en doet hij twee verschillende sokken aan. Een rode en een groene. Of een dikke wintersok met antislipnopjes aan één voet en een vrolijk gestreepte zomersok aan de andere. Het kan hem niet gek genoeg zijn. Maar hij wil absoluut niet verkleed naar school. Zijn pyjamahelden- en andere kostuums draagt hij enkel binnen de vertrouwde muren van zijn eigen huis.

Onder moeders vleugels voelt hij zich het best. Daar is het veilig en durft hij volledig zichzelf te zijn. Blijf in uw kot? Geen enkel probleem voor onze held. Op sokken. Liefst twee verschillende.  

Ik bouw een quarantaine

Ik kijk naar buiten. Recht in de ogen van de ontluikende lente. De hemelsblauwe lucht zindert van het leven. Door het open raam hoor ik de vogels de mooiste liedjes fluiten. In de tuin fladdert een citroenvlindertje zorgeloos rond in de eerste zonnestralen van de dag. Het ziet er allemaal zo vredig uit.

Wat een schril contrast met de hallucinante werkelijkheid waar wij mensen ons momenteel in bevinden. Het coronavirus houdt ons van noord naar zuid en van west naar oost in zijn greep. Geen land lijkt de dans te kunnen ontspringen. We zitten allemaal in hetzelfde schuitje.

Mijn hoofd loopt ervan over. Al die schrijnende berichten, de vreselijke keuzes die in sommige ziekenhuizen moeten worden gemaakt. De opeenvolgende waarschuwingen en maatregelen, de onmacht. En ergens kan ik het ook niet écht bevatten. Lijkt het niet tot mijn allerdiepste kern te willen doordringen. Of is dat uit zelfbescherming? Om niet gek te worden van angst, van onzekerheid?

Misschien is het ook wel logisch dat het (nog) niet helemaal tot me doordringt. Mijn generatie heeft de oorlog niet meegemaakt. We hebben erover gelezen, we hebben de films gezien. En vinden het afschuwelijk, onmenselijk wreed. Maar wat je niet zelf aan den lijve hebt ondervonden, kun je nooit helemaal bevatten. Wij zijn gewend aan een – min of meer – zorgeloos leventje. Aan vrijheid, aan gaan en staan waar we willen. Aan eten en drinken in overvloed. Aan gezellig samenkomen met vrienden of familie. Uitstapjes naar de dierentuin, naar het zwembad. En zo verwend als we zijn, is deze situatie volledig nieuw voor ons. Voelt het voor ons, als naoorlogse generatie, zo surreëel.  

Gelukkig is de huidige toestand verre van een oorlogssituatie. We mogen in onze handen knijpen dat we hier in vredestijd mee te maken krijgen. Geen voedseltekorten, geen angst voor bommen en granaten. Maar een lachertje is het ook zeker niet. Daar kunnen velen al over meepraten. Toch denk ik dat we moeten proberen te kijken naar wat we nog wél hebben. En nog wél kunnen.

We mogen de moed niet laten zakken. Met zijn allen moeten we dit virus te lijf gaan. Letterlijk en figuurlijk. Niet alleen door de afgekondigde maatregelen te respecteren, maar ook door elkaar erdoorheen te slepen. Elkaar moed in te spreken. In contact te blijven op andere manieren. Wat mogen we dan ook blij zijn met onze moderne technologieën die dit mogelijk maken.

We hebben er hier thuis al dankbaar gebruik van gemaakt. Zoonlief heeft geskypet met zijn beste vriendje. Ze toonden elkaar om de beurt hun favoriete speelgoedjes. Al dan niet met gekke geluiden erbij. Hun gezichtjes straalden. Het was heerlijk om te zien.

Laten we daar een voorbeeld aan nemen. Aan de flexibele en vrolijke manier waarop onze kinderen met deze situatie omgaan. Zij kunnen zo zorgeloos opgaan in hun spel. Leven in het moment. Wat een rijkdom.

Zo was mijn zoon gisteren van alles aan het verslepen. De salontafel, de poef, de bank, … hij schoof alles tegen elkaar. Daarna begon hij het geheel met speelgoed te versieren. Toen ik hem vroeg wat hij aan het doen was, luidde zijn antwoord:
“Ik bouw een quarantaine. Dan kan ik daar lekker in relaxen.”