Als je kind één dag de baas mag zijn

Ik ben nog diep in slaap als ik een luide stem hoor die steeds dichterbij komt.
“OPSTAAN IEDEREEN, HET IS DANIËL-DAG!” toetert zoonlief in mijn oren.
Ik voel aan alles dat het nog veel te vroeg is. Zes uur ’s morgens om precies te zijn, zie ik op de wekker. En hoewel hij vandaag mag kiezen, lijkt het me niet verstandig om daar al op dit vroege tijdstip mee te beginnen. Met drie vermoeide, chagrijnige deelnemers gaat het dan zeker geen vrolijke dag worden.

Dus noem ik het gemakshalve ‘midden in de nacht’ (waar heb ik dat eerder gehoord 😊) en stuur hem terug naar bed.
“Maar ik kan niet meer slapen,” moppert hij. Ik stel als compromis voor dat hij het nog even probeert en ik dan naast zijn bed zal zitten.

Dat valt nog best tegen. Aangezien hij pas redelijk laat sliep, had ik verwacht dat hij wel weer snel in slaap zou vallen. Niet dus. Maar goed, omdat ik écht geen zin heb om zo vroeg al aan Daniël-dag te beginnen, hou ik toch maar even vol. Uiteindelijk heb ik er een half uur gezeten alvorens ik weer in mijn eigen warme bedje kan kruipen. Gelukkig bleek het toch de moeite waard: hij heeft nog een dik uur geslapen.

Hoezo calorieën

Aanvankelijk had hij aangekondigd dat we taart als ontbijt zouden eten. Maar aangezien hij zo dol is op zijn crunchy chocolade muesli, besluit hij dat nog even uit te stellen tot na het ontbijt. Als ik mijn havermoutpap achter de kiezen heb, word ik met instructies naar de bakker gestuurd. Daarna kan het feest beginnen.

Eén ding is al duidelijk: op Daniël-beslist-dag moet je absoluut niet met calorieën bezig zijn. Na twee stukken aardbeientaart met banketbakkersroom en nog een pizza en ijs in het verschiet, besluit ik de komende tijd een veilige anderhalve meter afstand tot de weegschaal te houden.

Aangezien alles – van dierentuin tot pretpark en binnenspeeltuin – gesloten is, is hij natuurlijk wel wat beperkt in zijn activiteitenkeuze. Maar dat lijkt hem gelukkig niet te deren. We gaan spelletjes spelen. Hij kiest eerst voor Rummikub. Leuk! En ook nog leerzaam voor hem om met cijfers bezig te zijn, maar dat zeg ik er uiteraard niet bij. Want iets leren op Daniël-dag, dat is absoluut niet zijn bedoeling.

Als het tijd is voor de lunch, krijgt meneer zijn door hem bestelde sandwiches met salami. Hij besluit om niet bij ons in de keuken te eten, maar lekker voor de tv. Tja, hij is vandaag de baas. En zolang het niet te gortig wordt – hij had bij het ontbijt al eens lachend geprobeerd of zijn commando “Plas in je broek” zou werken – vinden we alles goed.

Kip ik heb je

In de middag moet ik toch wel even ingrijpen. Want hoewel hij vandaag mag kiezen, kan ik het niet goedkeuren dat hij Bruintje de kip om de twee minuten wil vasthouden. Ik vrees dat het arme beest nog harder naar het einde van deze twee weken durende herfstvakantie uitkijkt, dan ik.

Omdat het de rest van de dag regent, wordt er binnen gespeeld. Een potje voetbal met papa in de slaapkamer (gelukkig hadden we zijn zachte babybal nog bewaard) en daarna nog wat gezelschapsspelletjes. Vervolgens wil zoonlief in zijn bed relaxen met de tablet. Allemaal prima.

We sluiten de dag af met een enorme pizza en een ijsje en rollen later die avond tevreden ons bedje in. Dat laatste mag je vrij letterlijk nemen. 😊

Al met al best voor herhaling vatbaar, zo’n mijn-kind-is-de-baas-dag. Taart, pizza, ijs en niet te vergeten, vrije tijd als zoonlief extra veel tv of op de tablet kijkt. Ik kan me ergere bazen voorstellen.

Terug naar de bron

“Mama, mogen we morgen nog eens naar de bron. Alsjebliiieft?”
Mijn 7-jarige zoontje kijkt me met zijn grote bruine ogen vragend aan. Hij knippert hevig met zijn wimpers en heeft zijn handen in een smeekbede gevouwen. Zie dan maar eens te weigeren.

We staan bij de Minnebron in het Heverleebos in Vlaams-Brabant. Een echte natuurbron waar mensen al sinds jaar en dag gratis drinkwater komen halen. We zien hoe de één een bescheiden thermosfles vult terwijl een ander met een hele steekkar vol jerrycans in de rij staat. Wij hebben geen flessen bij ons, maar willen natuurlijk ook wel even naar dit wonder der natuur kijken. Zoonlief wil niet proeven, maar wel voelen hoe koud het water is dat onophoudelijk uit de buis stroomt. Dan valt zijn oog op de stenen die in het water onder de bron liggen. Met twee handen tegelijk schept hij ze op en onderwerpt ze aan een grondige inspectie. Ineens houdt hij een steen omhoog en roept luid: “Kijk wat ik gevonden heb!”

“Goud?” vragen mijn echtgenoot en ik lachend in koor. Nee, geen goud. Maar wel een mooi glinsterende steen. Uiteraard wil hij nog verder zoeken. Hij steekt zijn handen opnieuw gretig in de met stenen bezaaide bodem. Als ik zie dat hij naast stenen ook stukjes glas opdiept, vind ik het welletjes. Bovendien komen er weer mensen met lege flessen aan.

We stemmen ermee in om de volgende dag nog eens terug te komen. Maar dan gewapend met een schepje, een zeefje en een emmertje. Ik druk hem nog wel op het hart dat hij blij moet zijn met deze ene bijzondere steen. En probeer hem er voorzichtig op voor te bereiden dat er misschien niet nog meer van zulke mooie exemplaren zullen liggen. Maar ik zie aan zijn ogen dat hij er goede hoop in heeft. Ze fonkelen al even hard als de edelstenen en diamanten die hij er denkt te vinden.

De volgende dag is ons mannetje al vroeg wakker. “Wanneer gaan we naar de bron?” vraagt hij om de haverklap. Maar hij zal nog even geduld moeten hebben tot de middag. Terwijl hij zijn ‘goudzoekersuitrusting’ bij elkaar zoekt, maak ik een rugzakje met wat proviand klaar. We willen er sowieso een mooie wandeling van maken.

Dan is het zover. We gaan terug naar de bron. Als we na een half uur rijden de auto parkeren, springt onze goudzoeker zo snel als hij kan naar buiten. Ik heb hem nog nooit zo hard zien lopen. Zelfs ik met mijn lange benen heb moeite hem bij te houden. Goudkoorts zeker?

In een mum van tijd zijn we er. Maar helaas pindakaas, net vóór ons begint een wat oudere man een hele lading kratten met lege flessen met het felbegeerde water te vullen.

Ook nu weet mijn zoon me weer te verbazen. Hij wacht heel geduldig zijn beurt af. Met zijn schepje en zeefje in de aanslag staat hij stilletjes toe te kijken. Ondertussen staan er al weer andere mensen achter ons in de rij. Ze kijken vreemd op als zoonlief aan de beurt is en in plaats van flessen te vullen, met een schepje in de bodem begint te graven. Als hij na een paar pogingen niets bijzonders gevonden heeft, stel ik hem voor om wat verderop in het stroompje te gaan zoeken.

Dat vindt hij ook leuk, want daarvoor moet hij over een boomstronk in het water stappen.

Jammer genoeg vindt hij geen bijzondere stenen meer. Wel maken we nog een mooie wandeling door het bos en langs het water, komen we langs een oude, overwoekerde ruïne en balanceren we over dikke boomstammen. Tegen onze verwachting in, geeft zoonlief geen kik over zijn teleurstellende zoektocht. Hij geniet samen met ons van deze prachtige zonnige herfstdag. En zo wordt het toch nog een dag met een gouden randje.   

Hiep hiep hoera voor mama

Ik word wakker van gestommel in de slaapkamer van mijn 7-jarige zoon. Met één oog half open werp ik een blik op de wekker. Half zes. Kreun.

Ik hoor hoe zoonlief op zijn tenen naar papa sluipt en fluistert: “Mogen we al opstaan om mama’s verrassing klaar te maken?”
Ik glimlach in het donker, maar hou me wijselijk stil. Mijn echtgenoot mompelt iets over ‘midden in de nacht’ en stuurt hem terug naar zijn kamer. Tot mijn grote verbazing kruipt zoonlief zonder morren weer in bed en valt in slaap.

Anderhalf uur later doet hij een tweede poging. Ditmaal heeft hij meer succes. Hoewel nog niet helemaal van harte, hijst mijn echtgenoot zich al gapend overeind. Tot grote vreugde van onze ongeduldig op en neer wippende stuiterbal. Je zou bijna denken dat híj jarig is.

Ik mag nog lekker blijven slapen. Wat een cadeau! Niet dat dat gemakkelijk is als er om de vijf minuten “Nog niet komen!” naar boven wordt geroepen, maar dat neem ik graag voor lief.

Ik hoor een hoop gekletter van bestek en borden en andere geluiden die ik niet meteen kan thuisbrengen. Wat zijn ze daar beneden in vredesnaam allemaal aan het bekokstoven, vraag ik me steeds harder af. Als ik bijna uit elkaar barst van nieuwsgierigheid is het zover. Ik mag beneden komen.

Als ik de woonkamer binnenloop, springen mijn twee mannen achter de bank vandaan. “Gefeliciteerd!” roepen ze met uitgelaten gezichten. Ah, wat zijn ze toch lief.

De kamer is versierd met vlaggetjes en zoonlief heeft de grote tafel alvast gedekt voor de taart straks. Ik krijg een prachtige tekening in mijn handen gedrukt en mag ze dan naar de keuken volgen.

Er staat een verrassingsontbijtje voor me klaar: een kommetje met daarin 1 kiwi. In stukjes.
“Heb ik helemaal zelf klaargemaakt. Voor jou, mama,” zegt mijn zoontje met een grote glimlach. Ach, de schat. Ik kijk naar zijn lieve, stralende gezichtje en geef hem een dikke knuffel.

“Hmmm, heerlijk. Ik proef de liefde waarmee je het hebt bereid,” zeg ik tegen hem. Hij glundert van trots. Maar omdat je van de liefde – en 1 kiwi – niet kunt leven, maak ik zelf nog een kom havermoutpap.

Daarna is het tijd om de cadeautjes uit te pakken. Gisteren hebben mijn schoonouders al twee mooie theemokken, een lieve kaart en centjes om zelf iets uit te zoeken gebracht. In de tuin, want binnenkomen kan niet meer met deze vreselijke coronatoestanden.

Het is raar om jarig te zijn in coronatijd. Maar met mijn twee mannen aan mijn zijde maak ik er gewoon toch een feestje van. Ik krijg ladingen lieve berichtjes en telefoontjes van vrienden en familie, er wordt een cadeautje van mijn zusje bezorgd, we doen gezelschapsspelletjes en sluiten de dag af met een heus pannenkoekenfeest. Ik voel me door al die verwennerij eerder een paar jaar jonger dan het daadwerkelijke jaartje ouder.

Wel voel ik me een jaartje wijzer. Want inmiddels heb ik maar al te goed begrepen dat je moet genieten van de kleine dingen. Van wat je wél mag en kan. En dus besluit ik om niet te denken aan het bezoek dat niet mag komen, maar me te richten op mijn twee lieve mannen die mij samen een onvergetelijke verjaardag hebben proberen te bezorgen. Waarvoor ik ze innig dankbaar ben.

Dus bij deze niet alleen voor mezelf, maar ook voor hen: hiep hiep … hoera!

Ken je die mop van …?

Zoonlief loopt zenuwachtig in de tuin te ijsberen. Hij is in opperste staat van waakzaamheid. Wee degene die zijn kipjes ook maar een haar – of pluim – durft te krenken.

Zijn ogen zijn constant op de tuinmannen gericht die de leilinden aan het snoeien zijn. Ze zijn aan het andere eind van de rij bomen begonnen. En komen nu steeds dichter bij de kippenren. Nog vier bomen, nog drie, nog twee … Tijd om de kippen hun hok in te lokken. Want terwijl de mannen driftig aan het snoeien zijn, regent het takken. En zoonlief is doodsbang dat er een op zijn geliefde kipjes zal vallen.

Ik kan er niets aan doen, maar ineens moet ik aan die bekende mop denken. Maar dan in een andere variant: wat zegt een kip die een tak op haar kop krijgt? Tok.

Als de dames veilig in hun onderkomen zitten, gaan de mannen aan de slag. Ze werken hard door. Er wordt dan ook flink op hun vingers gekeken door onze kleine man. Het kan hem niet snel genoeg gaan. Als de bomen van hun laatste wildgroei zijn ontdaan, kijkt hij met afgrijzen naar de ravage van takken en bladeren in de kippenren. Ik kan hem nog net tegenhouden als hij met zijn kinderborstel de ren in wil stormen. “Laat dat maar aan die mannen over,” zeg ik tegen hem. “Daar betalen we ze voor,” fluister ik erachteraan. En het gaat sneller als zij het doen. Ook ik wil natuurlijk graag dat onze lieve scharreliewarrelies zo vlug mogelijk weer lekker vrij kunnen rondscharrelen.

Oef, de tuinmannen zijn klaar. Zoonlief is er als de kippen bij om het hok te openen.
“Kom maar, kipjes. Ze zijn weg,” zegt hij geruststellend. Maar de kipjes verroeren geen vin – of veer eigenlijk. Ze zijn duidelijk niet van plan om meteen weer naar buiten te komen. Als zoonlief ze letterlijk een duwtje in de rug wil geven, grijp ik in. “Kom, we laten ze nu eerst even met rust. Dan komen ze vanzelf wel weer naar buiten.”

Het gaat niet helemaal van harte, maar uiteindelijk kan ik zoonlief ervan overtuigen dat het voor zijn kipjes het beste is dat we ze voorlopig niet storen.

En inderdaad, niet veel later scharrelen de dames weer vrolijk rond alsof er niets is gebeurd. Zoonlief heeft nog een verrassing voor ze. Hij heeft de tuinmannen gevraagd om een paar takken te laten liggen. Daarvan maakt hij een ‘speelhoekje’ voor de kippen.

Ja ja, de dames worden nogal verwend hier. Inmiddels hebben ze een ‘ballenbak’ – een met bakstenen afgebakende hoop bladeren – een schuilhokje dat ze voornamelijk als dakterras gebruiken en nu dus ook een speelhoek. Ik ben al benieuwd wat het volgende gaat zijn. Een trampoline? Een bubbelbad? Ik zou voor minder een ei leggen.