Wat er nu uit onze kofferbak komt

Of ze mijn zoon een plezier kan doen met wat Lego. En, o, er zit ook nog wat Playmobil bij.

Een vriendin van me is thuis de kelder aan het uitmesten. Lief dat ze aan onze zoon denkt. Ik app haar enthousiast terug. Want zoonlief is dól op Lego. Hij heeft zelfs al een eigen Instagram-account (_daniels_lego_creations_) waarop hij trots zijn bouwsels aan de rest van de wereld toont.

Mijn vriendin verontschuldigt zich nog dat de Lego misschien niet helemaal compleet meer is. Hier of daar zou er wel eens een stukje kunnen ontbreken. Geen enkel probleem. Zoonlief doet tegenwoordig toch niets liever dan mengen en mixen.

Nu komt hij niet bepaald Lego tekort: enig kleinkind langs papa’s kant, jongste jongen van de enorme familie langs mama’s kant. Dan weet je het wel. Maar ach, een beetje extra kan er vast nog wel bij.
Prima, ze zal het meebrengen als we elkaar binnenkort weer zien.

En dan is het zover. We komen met zijn allen samen bij een vriendin in Brussel. Zoonlief heeft zijn speelgoed thuisgelaten omdat mijn vriendin toch Lego voor hem zal meebrengen.

Wij zijn er als eerste. Onze kleine jongen zit ongeduldig te wachten tot hij zijn ‘nieuwe’ Lego zal krijgen. En ja hoor, na een paar minuten – die voor hem een eeuwigheid lijken te duren – arriveert de goede fee. Met lege handen.

O jee, de Lego vergeten? Maar nee, het zit nog in de auto. Die een heel eind verderop staat (al eens geprobeerd een parkeerplaats te vinden in Brussel op een zaterdagavond?). Gelukkig heeft onze gastvrouw nog wel wat speelgoed liggen waar hij zich mee kan vermaken.

Als het tijd is om naar huis te gaan, loopt mijn echtgenoot met de vriend van Lego-vriendin mee naar de auto om de boel over te laden. En komt ons daarna oppikken aan de ingang van het appartementsgebouw. Ik heb er dus nog altijd geen idee van wat zich nu in onze kofferbak bevindt.

Zoonlief valt op de terugreis in slaap. Bij thuiskomst stop ik hem snel in zijn bedje. Daarna duiken we er zelf ook in. In bed, welteverstaan. De koffer laten we voor wat het is.

Zondagochtend. Zoonlief wordt wakker en staat inmiddels op springen:
“Mag ik nu de Lego, mag ik NU de Lego?!”
Ik ben zelf onderhand ook wel nieuwsgierig. En dus wordt papa naar de garage gestuurd. Hij komt terug met een enorme doos. Ik trek grote ogen. Zoonlief zo mogelijk nog grotere.
“Er is nog meer, hoor,” lacht papa.

De ene na de andere doos komt tevoorschijn. Het is net Sinterklaas, Kerst en zoonliefs verjaardag ineen. En dat van meerdere jaren tegelijk.

Ik had het kunnen weten natuurlijk. Lego-vriendin heeft drie jongens.

Ik zie ze vliegen

Ik zie ze vliegen. Dag in, dag uit.

Maar ik kan het simpelweg niet over mijn hart verkrijgen om haar de deur uit te zetten. Veel te koud.

Haar de dood injagen is voor mij ook geen optie. Er wordt hier niet gemept in huis. Enkel voor muggen maak ik een uitzondering. En dus mag de vlieg in de berging overwinteren.

Wat makkelijker gezegd is dan gedaan. Want ze mag dan wel niet veel ruimte in beslag nemen, ze luistert net zo goed als de gemiddelde 5-jarige. Zodra de deur naar de berging opengaat, probeert ze terug de keuken binnen te vliegen. Daar is het warmer. En mevrouw weet maar al te goed waar er wat lekkers te halen valt. Dus klinkt het hier meermaals per dag in huis:
“De vlieg, DE VLIEG!!!” Niet iedereen denkt er namelijk even goed aan om de deur achter zich dicht te doen. Nee, papa, wees maar niet bang, ik noem geen namen. 😊

Maar het onvermijdelijke gebeurt toch. Iemand laat een keer de deur op een te grote kier staan. En daar profiteert onze huisvlieg uiteraard van.
Euh … nee, ik noem geen namen. 😳

Kijk madam daar eens parmantig op de tafel zitten. Op nog geen halve meter afstand van me. Die durft. Verbeeld ik het me nu of zit ze genoegzaam naar me te grijnzen?
Dan begint ze zich omstandig te wassen. Met haar achterpootjes wrijft ze druk over haar kleine lichaampje. Alsof ze wil tonen dat ze heus niet vies is. Ik laat het maar even zo.

Niet veel later ben ik in de keuken bezig. Ineens vliegt ze rond mijn hoofd. Wat krijgen we nou? Het is net of ze me aanvalt. Wat een ondankbaar beest. Even overweeg ik de vliegenmepper te gaan halen. Maar dan valt mijn euro: het is vandaag Valentijnsdag! Misschien wilde ze me gewoon een knuffel geven om me te bedanken.

Zoals ik al zei: ik zie ze vliegen.

Handig hoor, die handvaten

Gisteren was het de Dag van het Huwelijk. Eerlijkheidshalve had ik daar geen idee van. Ik las het gisteravond in een post van Power to the Mama’s op Instagram. Er stond een aantal handvaten bij om je te helpen je relatie te koesteren. Nu mijn echtgenoot en ik 11 jaar huwelijk plus een kind verder zijn, leek het mij niet verkeerd om deze tips eens nader te bekijken. Want laten we wel wezen, het cliché dat kinderen je relatie veranderen is niet voor niets een cliché. Ikzelf merk toch dat mijn prioriteiten en aandacht sinds de geboorte van onze – inmiddels zesjarige – zoon wel wat verschoven zijn. Naar mijn kind welteverstaan. En doordat je als moeder andere verwachtingen, of laten we zeggen, bijkomende verwachtingen van je partner hebt, wringt het wel eens.

Eén van de tips was het bekijken van foto’s uit je verkeringstijd. O ja, leuk! Zoonlief lag nog niet in bed maar echtgenoot en ik hadden er zo’n zin in dat we spontaan besloten met zijn drietjes de albums door te bladeren. Nou, of het ons als partners (nog) dichter bij elkaar heeft gebracht, weet ik niet. Maar we hebben wel ontzettend gelachen. Of eigenlijk vooral onze zoon. Om het fluffy kapsel van papa. Om mama met een kerstmuts op haar hoofd. Om papa met een driekwartbroek aan waardoor hij hele korte beentjes leek te hebben. Zoonlief giert het uit.  En, o ieeeeuwwwwww, papa en mama die kussen.

Wij genoten met hem mee. Het was niet alleen grappig, maar ook heel fijn om onze beginjaren terug te zien. Onze verliefde blikken naar elkaar. Hoe we op bijna elke foto elkaars hand vasthouden. Goed om weer eens bij stil te staan en te beseffen dat we méér dan papa en mama zijn.

Dit gaan we zeker vaker doen! Het was ook al een eeuwigheid geleden. Zo voelde het toch. En zo zag het er op de foto’s ook uit, haha! We zijn inmiddels 14 jaar samen en in de loop van die jaartjes natuurlijk wel wat veranderd. Waar we toen nog smalle koppies en dito lijven hadden, zijn er bij ons inmiddels ook wat ‘handvaten’ gegroeid. Ach, meer om van te houden, zullen we maar zeggen.

Een piraat is er niets bij

“Ik wil niet naar de piraten,” fluistert mijn zoon (6) met een verontruste blik in zijn ogen.

We zijn een weekendje met vrienden naar Zeeland. Lekker uitwaaien aan de kust, heerlijk. Warm ingepakt met handschoenen, muts en sjaal is het goed toeven buiten. Onze kinderen vermaken zich uitstekend op het strand: ze zoeken naar schatten. Mijn zoon hoopt een prachtige parel te vinden in een schelp. Zijn vriendje een heuse piratenschat met zijn metaaldetector. Zalig om ze zo te zien genieten.

Helaas, de jongens hebben geen schat gevonden. Maar we kunnen ze wél een leuk alternatief bieden: een uitstapje naar het Arsenaal in Vlissingen. Hier kunnen ze niet alleen op piratenavontuur gaan, maar ook de mooiste vissen bewonderen in verschillende aquariums. Er mogen zelfs roggen worden geaaid! Die vissen, dat ziet zoonlief helemaal zitten. Hij is dol op dieren. Maar die piraten, die kunnen hem gestolen worden. Hij vindt het vooruitzicht – al dan niet echte – piraten te zien een beetje eng. Ik stel hem gerust. We kunnen ook alleen de vissen gaan bekijken als hij dat wil.

Dus togen we gezellig naar Vlissingen. Gelukkig komen we eerst langs de aquariums. Het piratenthema begint pas op de volgende verdieping. De jongens kijken hun ogen uit naar diverse tropische vissen, roggen, krabben en wat al niet meer. Mijn zoon is vooral gecharmeerd van een jonge zeekat, een soort inktvis, die hem door het glas lijkt aan te staren. Ook het aaien van de roggen valt in de smaak. En niet te vergeten het voedermoment van de vissen met uitleg door de dierenverzorger.

Maar dan is het toch tijd om verder te gaan. Op naar de volgende verdieping. En ja, daar staat in een grote vitrine een wassen beeld van kapitein Zwartbaard. En nog wat andere piratenpoppen. Mijn zoon wringt zenuwachtig in zijn handen en blijft dicht bij me in de buurt. De zaal waar een piratenfilm wordt vertoond, verlaten we al na 2 seconden. De muziek staat hard en beangstigt hem. Gelukkig staan er ook vitrinekasten met kanonskogels, een zwaard, een piratenschat en andere bezienswaardigheden die hem wel kunnen bekoren.

We eindigen ons bezoek bij de piratenspeeltuin. Zolang we niet aan een tafeltje vlak bij een piratenbeeld gaan zitten, is het goed. Zoonlief kan weer ontspannen. Als ze zich in de klimrekken en op de glijbanen hebben uitgeleefd, mogen ze een knuffeltje uit het winkeltje kiezen. Beide jongens willen heel graag zowel het blauwe als het rode papegaaitje. Maar ze moeten kiezen. Een zo’n pluche kost al twaalf en een halve euro, dat is meer dan genoeg. Ze zetten hun grootste lieve puppyogen op en hun alsjeblieeeeeft klinkt heel aandoenlijk, maar we houden voet bij stuk. Wij hebben tenslotte ook geen piratenschat gevonden. Uiteindelijk kiest zoonlief de rode papegaai en zijn vriendje de blauwe.

De volgende ochtend is mijn kleine schat al vroeg wakker. Hij mag nog even bij me liggen om de anderen niet wakker te maken. “Mama, ik wil nog eens naar de piraten,” deelt hij ineens mee. Ik val bijna van mijn stoel, ware het niet dat ik in bed lig. Nog voor ik van mijn verbazing ben bekomen, vervolgt hij: “Dan kies ik dan het blauwe papegaaitje.”

Hartendief

Ik kan er inmiddels een boek over schrijven: het liefdesleven van mijn zoon. En dan te bedenken dat hij nog maar 6 jaar oud is.

Hij is in zijn jonge leventje al talloze keren verliefd geweest. Op de buurvrouw, op de juffen (twee tegelijk!) van het sportkampje, op een vriendin van mij, op verschillende meisjes uit zijn klas, … En met de kerstdagen was hij verliefd op tante Maria. Ik zag het voor mijn ogen gebeuren. Ze keek geïnteresseerd naar de filmpjes die hij op mijn smartphone had gemaakt, ze gaf hem complimentjes over zijn haar. Hoe meer aandacht hij van mijn zus kreeg, hoe verliefder hij naar haar begon te kijken.

Met het kerstdiner wilde hij uiteraard naast haar zitten. En wat ik toen zag, ging mijn voorstellingsvermogen compleet te boven. Ze prikte een spruitje aan haar vork, hield die voor zoonliefs mond en … hij at ‘m op. Ik zat er met grote ogen naar te kijken. Spruitjes! Dat gaat haar geen tweede keer lukken, dacht ik. Maar ik had het mis. Hij keek haar diep in de ogen en liet zich in totaal maar liefs vijf spruiten voeren. Wie had dat nu gedacht. De liefde van een man gaat inderdaad door de maag. Ook als je zelf nog maar een spruit van 6 jaar bent.

Zijn amoureuze avonturen begonnen trouwens al op de kleuterschool. Onze kleine Don Juan had in de tweede kleuterklas al een ‘liefje’. Zo noemden ze elkaar dus echt, hè. Keischattig. Ook heeft hij onlangs zijn allereerste liefdesbrief gekregen. Ik smolt ter plaatse. Hij helaas niet. Hij vond de brief erg leuk, daar niet van, maar de liefde is helaas niet wederzijds (meer).

Nu vormt hij alweer een tijdje een ‘liefdeskoppel’ met M., een snoezig meisje uit zijn klas. Ik trof haar mama van de week aan de schoolpoort. “Wat zijn ze schattig samen, hè, zo verliefd!” riep ze lachend uit. Haar dochter had opgetogen verteld dat ze hadden gekust. Écht gekust. Op de mond. Maar ook dat ze hem bij het toilet had betrapt terwijl hij klasgenootje A. wilde kussen. Oeps! Toen ik hem er na schooltijd terloops naar vroeg, ontkende hij in alle toonaarden.

Gisteren kwam ik hem onder lunchtijd op school zijn antibioticum brengen. Hij was – zoals de dagen ervoor – apart aan een tafeltje gaan zitten. Toen ik op hem afliep, schoof er een meisje op de stoel naast hem. Ze zei niets, maar keek hem stralend aan. Zo bleef ze daar zitten, met een gelukzalige glimlach op haar gezicht. Ze had duidelijk haar hart aan mijn zoon verloren. En ja hoor, bij thuiskomst vertelde zoonlief dat hij verliefd was op A, het stralende meisje. Maar M. mocht het niet weten. Want dat was zielig voor M.  

Vanmorgen vroeg ik nog even naar de stand van zaken. Kwestie van geen aflevering te missen. Hij was niet meer verliefd, zei hij. Op niemand meer.
Ben benieuwd hoe lang dat zo blijft. Sturm der Liebe is hier niets bij. Zijn liefdesleven is zo wisselvallig als het weer. Dat belooft voor als hij 15, 16 jaar is. Ik hou mijn hart vast. Hij het zijne hopelijk ook nog een beetje.

Dat is het leven, mama

Nog een keer. En nog eens. En opnieuw. Mijn zoontje kan er geen genoeg van krijgen. Steeds opnieuw wil hij het filmpje over het egeltje zien. Het is dan ook wel een heel schattig diertje. En zielig. Want niemand wil naast hem zitten. Niet op school, maar ook niet in de bus. Die ene keer dat hij dan eens mag mee voetballen, kopt hij de bal terug. Meteen lek natuurlijk.

Gelukkig loopt het allemaal goed af. Op kerstavond staan alle diertjes voor zijn deur. Met een cadeau. Egeltje begrijpt er niets van. Hij vindt niets in de doos met piepschuimpjes. Een eekhoorntje pakt een stukje piepschuim en prikt het aan een van egeltjes stekels. Alle dieren helpen mee. Als alle stekels bedekt zijn, geven zijn nieuwe vriendjes hem een dikke knuffel.

Er biggelen dikke tranen over zoonliefs wangen. Hij is helemaal emotioneel geworden van het aandoenlijke filmpje. Ik geef hem een zakdoek en stel dan voor om te gaan tekenen. Dat wil hij wel. Om hem een plezier te doen, besluit ik een egeltje te tekenen. Een heel schattige natuurlijk. Maar daar heb ik wel een voorbeeld voor nodig. En dus pak ik er een voorleesboek van mijn zoon bij. Op de voorkant staat een babyegeltje, in een knuffelzacht dekentje gewikkeld.

Ik doe mijn best om het schattige beestje zo goed mogelijk na te tekenen. Zoonlief zit naast me. Hij is met een eigen tekening bezig. Af en toe werpt hij een blik op mijn poging. Ik werk naarstig verder, nog net niet met het puntje van mijn tong tussen mijn tanden. De oogjes vind ik het moeilijkst. Ik wil uiteraard wel dat mijn egeltje net zo lief kijkt als dat op het boek.

Klaar! Met gepaste trots kijk ik naar het resultaat. Niet slecht, al zeg ik het zelf. Ik heb er dan ook flink mijn best op gedaan.
“Wat vind je ervan?” vraag ik mijn zoon opgetogen.
Hij trekt een verontschuldigend gezicht. “Niet zo mooi. Maar ja, dat is het leven, mama. Iedereen is anders.”

Doe je daar zo je best voor. Ik word er bijna emotioneel van.

Als de konijnen

“Er staat f*ck in ons leesboek,” fluistert hij in mijn oor.
Ik kijk mijn 6-jarige zoon meewarig aan. Hè, wablief?!

Maar dan begrijp ik het. Ze hebben vorige week het woordje ‘fik’ geleerd. Wat overigens niets te maken heeft met ‘in de fik staan’. Dan zou er gekozen zijn voor ‘in de brand staan’. Want in een leesboek voor 6-jarigen staan uiteraard alleen maar keurige woorden.

Fik is een hondje. Ze moeten toch iets bedenken om de kinderen de letters aan te leren. Er staan ook allerlei combinaties met de reeds geleerde letters in het leesboek: ik, fik, lik.
En ja, dus ook het woordje ‘fok’.

Engels leren ze in het eerste leerjaar nog niet. Vieze woordjes daarentegen genoeg. Op de speelplaats uiteraard, niet uit de boeken. En anders pikken ze het wel op van tv, de tablet of de radio. Zoonlief weet dus heel goed dat je geen f*ck mag zeggen. Dat is niet beleefd, hebben we hem geleerd. Maar wat het betekent, daar heeft hij geen flauw benul van. En dat houden we graag nog even zo.

Ik leg hem uit dat je het stoute woordje ‘f*ck’ anders schrijft dan het ‘fok’ in zijn boek. Dat het een Engels woord is. En bovendien iets heel anders betekent dan ‘fok’. Ik denk even na.

“‘Fok’ komt van het woord ‘fokken’,” begin ik. “Stel: een bedrijf wil konijntjes verkopen. Ze beginnen met een paar konijnen en die krijgen vervolgens baby’s. Als die babykonijntjes groot zijn, krijgen die ook weer baby’s. En zo komen er steeds meer bij. Dat noem je konijnen fokken.”

Ineens begint het me te dagen. Ik had misschien toch iets langer over mijn voorbeeld moeten nadenken. Hoezo heeft konijnen fokken niets te maken met het Engelse ‘f*ck’.