Ik kan geen kip meer zeggen

Nooit gedacht dat het zo leuk zou zijn: kippen voeren. Zo zie je maar weer hoe ontzettend veel je nog van je kind kan leren.

Onze achterburen hebben een stuk of vijftien kippen. Die naar hartenlust in het aan onze tuin grenzende veldje met bomen mogen rondscharrelen. Het is een mooie mix van zwarte, zwart-wit gespikkelde en één bruine kip.

Tot een paar weken geleden gunde zoonlief ze nauwelijks een blik waardig. Wat nu precies de omslag heeft veroorzaakt, weet ik niet. Maar hij is nu stapelgek op ze. Het is kip voor en kip na. Als hij uit school komt, gaat hij eerst naar de kippen toe om ze een broodje te voeren. Nog vóór hij zelf iets gegeten en gedronken heeft. Zodra ze hem zien aankomen, rennen ze als een gek naar hem toe. Nou, de uitdrukking er als de kippen bij zijn, komt niet uit de lucht vallen, dat kan ik je wel vertellen. Nooit geweten dat die beestjes zo snel zijn.

Wat ook heel leuk is om te zien, is dat ze verschillende karakters hebben. Er zijn de haantjes-de-voorste. Er is een verlegen kip die liever wat op afstand blijft. En dan zijn er nog de kippen die altijd bereid zijn om een ander te pikken als hun dat een extra stukje brood kan opleveren.
Wel een beetje vergelijkbaar met mensen dus.

Maar het allermooiste dat mijn zoontje heeft opgemerkt, is de vriendschap tussen de bruine kip en een van de zwart-wit gespikkelde kippen. De twee lijken onafscheidelijk. Waar de een gaat, gaat ook de ander. Prachtig om te zien.

Tot slot is er nog een zwarte kip die altijd naar zoonlief lijkt uit te kijken. Hij zit standaard aan het gaas naar onze tuin te loeren. En vast niet omdat het gras bij zijn buren groener is. Dat is hier namelijk zo dor als wat. Het is net alsof hij op zijn mensenvriendje zit te wachten. Zo schattig! Om kippenvel van te krijgen.

En nu ben ik dus ook al betoverd door die leuke pluimenbolletjes. Als mijn zoontje ze gaat voeren, doe ik vrolijk met hem mee. Genieten van de kleine dingen des levens, dat is het.

Over de geneugten des levens gesproken. Zojuist aten we frietjes. Met, zoals altijd, een lekkere snack erbij. Gezellig buiten met het uitzicht op de kipjes.
Toen zoonlief zijn worst op had, wilde hij nog meer. Ik had al zoveel gegeten, dat ik geen kip meer kon zeggen. Dus vroeg ik hem of hij een stukje van mijn kipstick wilde. Zijn ogen werden zo groot als schoteltjes. Hij keek van mijn kippensnack naar zijn gevederde vriendjes achter het gaas. En daarna naar mij. Met een blik die het midden hield tussen ongeloof en afschuw.
Het zal je vast niet verbazen dat ik geen hap meer door mijn keel kreeg.

Zo stom van me, hoe kon ik dat nu zeggen?! Maar eigenlijk weet ik het antwoord wel. Als ik moe ben, kan ik echt als een kip zonder kop van alles uitkramen. Dan praat ik eerst en pas daarna denk ik na. Geen handige volgorde. Ik denk dat ik vanavond maar met de kippen op stok ga. Als ze me nog willen hebben tenminste.    

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s