Doe mij daar ook maar een portie van

Yes, eindelijk is het zover! Zoonlief gaat vanaf vandaag weer hele dagen naar school. Eindelijk tijd om een hele rits achterstallige huishoudelijke klussen weg te werken. Dacht ik toch.

Vannacht sliep ik én laat én heel onrustig. Ook zoonlief leek er last van te hebben. Ik werd midden in de nacht wakker toen ik hem hoorde praten en vond hem rechtop in zijn bed. Tegen beter weten in heb ik de wekker dan maar zo laat mogelijk gezet om nog een paar extra minuten slaap te kunnen meepakken. Met als gevolg dat de ochtendrush vanmorgen nóg sneller moest verlopen dan normaal. Zoonlief was echter zo slaperig dat hij de eerste tien minuten geen hap door zijn keel kreeg. Daarna moest er nog speelgoed gezocht worden om mee naar school te nemen. Even vergeten dat dit nu met de coronatoestanden ineens wel mag. En dan heb ik het nog maar even niet over het aankleden, tandenpoetsen, enzovoort. Ik was inmiddels helemaal opgefokt door de we-komen-te-laat-stress.
Kortom: het was een ouderwetse ochtend zoals we die uit het precoronatijdperk kennen.

Of we nu nog net op tijd op school waren of net niet, weet ik eigenlijk niet. Bij aankomst gaan de kinderen – na het verplichte handen wassen – tegenwoordig rechtstreeks naar de klas. Ze blijven dus niet op de speelplaats hangen tot de bel gaat. Maar goed, er stond nog een leerkracht bij het poortje om de kids naar de toiletten door te sturen, dus het leek me nog wel binnen de marge.

Daar ging mijn kleine mannetje met zijn grote boekentas. Die voor het eerst sinds maanden weer eens gevuld was met zijn broodtrommel, drinkbussen, fruit- en koekendoos. Hij liep een beetje voorovergebogen als tegengewicht.
Pas om half vier zou ik hem weer komen ophalen. De dag leek zich heerlijk eindeloos lang voor me uit te strekken.

Maar ik voelde het al toen ik terugfietste en de adrenaline begon weg te zakken. Ik was moe. En niet een beetje moe door wat te weinig slaap, maar Moe met een hoofdletter. Het voelde alsof alle moeheid die zich de afgelopen weken, wat zeg ik, maanden heeft opgestapeld, vandaag ineens met alle geweld naar buiten wilde komen.

Thuisgekomen deed ik nog een dappere poging om aan mijn to-dolijst te beginnen – ik kon de natte was toch moeilijk in de wasmachine laten schimmelen. Maar als snel besefte ik dat het me niet ging lukken. Met mijn kleren nog aan ben ik boven op mijn dekbed gaan liggen, rolde mij erin op en hoopte dat ik in een diepe, verkwikkende slaap zou vallen. Wat helaas niet lukte, maar hé, ik had dan toch even wat rust gepakt.

Ik vroeg me ondertussen steeds ietwat bezorgd af hoe zoonlief deze lange dag zou doorkomen. Die arme schat zou wel heel moe zijn. Hij had vanmorgen ook helemaal geen zin om de hele dag naar school te moeten. En aangezien ook hij zijn normale uren slaap al een tijdje niet meer gekregen heeft, vreesde ik wel een beetje het ergste. Ik stelde me er alvast op in dat er een moe en humeurig mannetje uit de schoolpoort zou komen. Zo’n beetje zoals ik mij zelf voelde.

Toen was het tijd. Ik stond naast zijn fiets te wachten en zette me schrap. Daar kwam hij. Een en al vrolijkheid en energiek gezwaai naar een meisje uit zijn klas.
Euh, hè, wat?! Blijkt hij weer verliefd te zijn op A. En zij op hem. Ze zijn een koppel, vertelde hij me stralend.

Wat een timing. Social distancing is vandaag net opgeheven in de klas en dat hebben ze meteen maar bezegeld door de halve pauze te staan knuffelen. Ik heb hem toch maar even op het hart gedrukt om elkaar geen kusjes te geven. Maar stiekem ben ik wel een beetje jaloers op ze. Want verliefdheid geeft je vleugels. En tonnen energie.

Ik denk dat ik vanavond mijn echtgenoot maar eens diep in zijn ogen ga kijken. Heel diep.

Wat er soms toch uit een kindermond komt

Ik ben buiten de was aan het ophangen. Als ik me omdraai, zie ik zoonlief in de border staan plassen. Nu is daar op zich niets ongewoons aan, want dat is nu eenmaal een van de geneugten in het leven van een jongetje: buiten plassen. Hij heeft er zelfs een vaste plek voor.

Dat was vroeger wel anders. Ik herinner me nog goed de eerste keer dat ik hem in de tuin zag plassen. Ik had me even van hem weggedraaid en toen ik weer keek, stond daar ineens een levende Manneken Pis in het grasveld. Maar dan ook echt nét dat bekende beeldje van het plassende jongetje in het centrum van Brussel. Met zijn buikje naar voren gedrukt en precies zo’n zelfde straaltje. Het was een ontzettend grappig en ontroerend gezicht.

Natuurlijk bleef het niet bij die ene keer. Blijkbaar is niets zo leuk voor een jongen dan buiten plassen. Nu ben ik best een flexibele moeder, dus van mij mag het. Maar dan wel altijd op dezelfde plek. Want ik herinner me nog een ander buitenplasincident. We hebben een klein moestuintje waar munt groeit. Op een dag maakte ik daar verse muntthee van. Ik vertelde mijn man dat het niet zo lekker smaakte als toen hij het een tijdje terug voor me had bereid. Ineens begon hij te lachen. “Dat komt vast door het secret ingredient,” gniffelde hij. Toen ik hem vragend aankeek, vervolgde hij: “Daniël heeft daar onlangs stiekem staan plassen.”

Je begrijpt dat ik er daarna een prioriteit van maakte om hem op een vaste plek te laten plassen. Wat hij nu dus ook keurig aan het doen is. Ware het niet dat hij zijn straal ditmaal tot over het gaas bij de buren richt. Waar kippen rondscharrelen.
“Je staat toch niet op een kip te plassen, hè!” roep ik vol afgrijzen uit.
“Nee, nee, gewoon op het randje,” beweert hij.
Ik kom toch maar even kijken of de kippen er nog droog uitzien. Wat gelukkig het geval is.
“De kippen kwamen gewoon even kijken,” vertelt hij.
“Misschien dachten ze dat je piemeltje een wormpje is,” lach ik.
“Nou, misschien denken ze wel dat jouw plasser een drinkbakje is,” luidt zijn onmiddellijke weerwoord.

Wat er soms toch uit een kindermond komt, denk ik verbaasd. En niet alleen uit zijn mond, haha! Pas de volgende keer toch maar op, lieve kippen. Voor je het weet leg je eieren met een secret ingredient.  

Run forest

Het is Hemelvaartsdag dus zijn we allemaal thuis. De dag strekt zich loom en lui voor ons uit. Net als wijzelf. We lummelen na het ontbijt nog wat in onze pyjama rond. Zoonlief speelt met Lego, ik speel de jury. We hangen wat voor de tv. Maar dan vind ik het wel eens tijd om in actie te schieten. Wat gaan we doen vandaag?

Het wordt 27 graden. Best warm dus. We besluiten om niet in de tuin te blijven puffen, maar een boswandeling te maken. Dat wil zeggen: ik beslis dat.
Op ferme toon deel ik mee dat we nu echt eens naar het bos gaan. Dat mama ook wel eens mag kiezen. Want hoewel ik onze fietstochtjes zeker waardeer, vind ik niets zo fijn als een flinke boswandeling.

Mijn vastberaden houding werpt de gehoopte vruchten af. Zelfs papa, die anders maar moeilijk te porren is voor een wandeling in “altijd datzelfde bos”, protesteert niet. Ik maak snel een rugzakje klaar met voor iedereen een drinkfles met water en een kleine versnapering en dan vertrekken we.

Bij het bos aangekomen, verbaast het me hoe rustig het er is. Met dit warme weer had ik verwacht dat veel meer mensen de verkoeling van het bos zouden opzoeken.
Zoonlief wil graag naar het bosmeertje om kikkers te zien. Ik vind het allemaal prima. Ik snuif de boslucht diep op en voel me herleven na alle spanning van de afgelopen tijd. Het juf spelen voor een onwillige leerling, de huishoudelijke chaos, de coronamaatregelen, … het heeft er allemaal best ingehakt. Maar hier, in dit bos, voelt het alsof er een last van mijn schouders valt. Ik geniet met volle teugen.

Dan ontdekt zoonlief tussen het gebladerte een klein zijweggetje. Hij is dol op zulke ‘geheime weggetjes’. Dus gaan we met zijn drieën op avontuur. Hij rent voorop, springt over omgevallen boompjes, bukt voor laaghangende takken. En dan lukt hem wat zelfs mijn sportieve echtgenoot nog niet is gelukt: mij in beweging krijgen. Als een – oudere – jonge hinde ren en spring ik achter hem aan. Ik voel me waarachtig een paar jaar jonger!

We maken een paar gekke foto’s en lopen dan terug naar het hoofdpad.
Ineens begint mijn echtgenoot wild om zich heen te slaan. Hij mept op zijn been en heeft meteen een flinke bloedplek aan zijn handen. De muggen komen massaal op hem afgevlogen. Ik voel niets, maar zie er ook twee op mijn been landen. Snel sla ik ze weg en kijk of er geen op mijn zoontje zitten. Nee, niets te zien gelukkig.

Blijkbaar vinden ze papa het lekkerst. Ik ben voor de muggen een soort peer – ook in het echt trouwens, maar dat terzijde. Zoonlief waarschijnlijk iets als spruitjes. Maar papa is duidelijk een slagroomtaart. Onweerstaanbaar lekker.

We zetten het op een rennen. Alweer.
Thuisgekomen zit papa al onder de dikke muggenbulten. Als kersen op de taart.

Waar blijft die kus?

Hèhè, ik zit. Zoonlief slaapt en ik kan naar de bank lopen zonder over speelgoed te struikelen. Dat lijkt me wel genoeg voor vandaag.

Voor één keer overwin ik mijn insta-verslaving en besluit ik tv te kijken.
De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat dit niet geheel aan mijn ijzeren zelfdiscipline te danken is. Die heb ik namelijk niet.

Het zit zo: de opnameruimte van onze decoder is vrijwel volledig bezet. En manlief was onlangs aan het wissen geslagen om weer wat ruimte te creëren. Ik kon hem met moeite overtuigen om Pride and Prejudice te laten staan. Die heb ik maanden – of misschien zelfs wel meer dan een jaar – geleden opgenomen. Leek me echt een film voor mij: romantisch. Want dat ben ik dan weer wel.

En zo zit ik heerlijk op de bank genesteld met een kop warme thee in mijn handen en een dekentje over mijn benen. Echt zalig. Who needs Instagram als je kunt verdrinken in de hemelsblauwe ogen van Mr. Darcy!

Hoewel het een verfilming is uit 2005, is het een heerlijk trage film. Niet verwonderlijk misschien, aangezien het verhaal zich afspeelt in de 18e eeuw. Maar ik vind het best een verademing dat de hoofdpersonen niet al na tien minuten met elkaar in bed liggen.

De spanning bouwt langzaam maar zeker op. Oké, eerlijk gezegd zo langzaam dat zelfs ik bijna uitschreeuw: waar blijft die kus?! Maar we komen er wel. Er wordt al eens een veelbetekenende blik naar de ander geworpen. Die de ontmoeting daarna nog wat langer duurt. Je voelt de onderhuidse aantrekkingskracht.

Dan komt mijn eigen blauwogige adonis binnen. Manlief ploft naast me op de bank. Hij werpt één blik op de televisie en kreunt. En dan niet zo’n kreun als die van mij als ik naar een close-up van Mr. Darcy kijk, maar zo’n typische o-nee-een-vrouwenfilm-kreun. Zoals enkel mannen dat kunnen. Maar dan wel steeds van zijn smartphone opkijken en vragen wie nou wie is in de door hem zo verachte vrouwenfilm. Ken je dat?

Twee keer doe ik een poging om hem te antwoorden. Maar dan moet ik steeds de film een stukje terugspoelen omdat ik een paar scènes maar half meekrijg. Want hoe traag het verhaal zich dan ook mag afwikkelen, ik wil geen woord missen. Dus sommeer ik manlief om me met rust te laten en zich op zijn eigen bezigheid te concentreren. Ik weet het, niet erg romantisch van me.

Maar als het moment dan eindelijk daar is en de eerste kus in de lucht hangt, grijp ik naar zijn hand. Om deze niet meer los te laten tot de film is afgelopen. Tja, je bent romantisch of je bent het niet.

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag