Vieze goesting

De eerste keer kon ik mijn oren bijna niet geloven. Hoe kun je dáár nu aan denken als je ziek bent? Maar mijn echtgenoot had er toch echt heel veel zin in.
“Ik weet niet hoe het komt, maar ik heb altijd vieze goesting als ik ziek ben,” was zijn uitleg.

Nu woon ik gelukkig al lang genoeg in België om te weten dat vieze goesting Vlaams is voor trek in iets ongezonds. Of in iets wat ongepast is. Maar wees gerust, het gaat hier over eten.

Mijn man heeft de – in mijn ogen – ietwat merkwaardige eigenschap om naar een vieze, vette hap te verlangen als hij een paar dagen ziek is. Ik zal nooit die keer vergeten dat we met onze buren hadden afgesproken om hen te vergezellen naar de eetdag van de plaatselijke atletiekvereniging. Manlief ging niet mee omdat hij ziek was. Ik reed daarom met de buren mee. Terwijl ik gezellig met mijn buurvrouw in het afgehuurde zaaltje zat te keuvelen, stuurde mijn echtgenoot mij een sms’je: of we op de terugweg friet konden meebrengen.
Tja, probeer dat maar eens uit te leggen.

En nu ligt mijn zoontje al een paar dagen onder een dekentje op de bank met een fikse buikgriep. Hij moet regelmatig overgeven, heeft geen eetlust en krijgt zelfs koorts. Die arme schat is zo ziek als een hond. Ik geef hem regelmatig een slokje water, maar zelfs dat houdt hij de eerste twee dagen nauwelijks binnen. En hij is al zo mager. Je kunt letterlijk zijn ribben tellen.
Zegt hij ineens: “Mama, mag ik macaroni met kaas?”
Maar echt, hè. Die wilde per se macaroni met kaas. Ik stond perplex. Hoe kun je dáár nu zin in hebben als je buikgriep hebt.

Ik herinner me twee keer dat ik zelf door de buikgriep geveld was. Hoe ik op handen en knieën naar de wc kroop, omdat ik niet op mijn benen kon staan, zo ziek. En dan die keer dat mijn echtgenoot en ik beide een emmer naast het bed hadden staan en zo’n beetje synchroon aan het overgeven waren. Nou, ik kan je wel vertellen: een vette hap was toen wel het allerlaatste waar ik aan dacht. Zelfs iets gezonds als een appel kreeg ik niet binnen.

Wat me weer terugbrengt bij de macaroni met kaas. Manlief is de ingrediënten gaan kopen en ik heb diezelfde avond nog een grote pan macaroni klaargemaakt. Al lang blij dat zoonlief ergens zin in had. En ongelofelijk, maar waar: hij heeft ervan gesmuld. Ik moest zelfs nog een keer opscheppen.

Zo zie je maar weer: de vieze goesting valt niet ver van de boom.

Snoep is gezond

Daar ligt hij dan. Mijn arme, lieve schatje.
Op de bank onder een dekentje. Geveld door een acute buikgriep. Zijn bleke koppie is naar de televisie gericht. Dat is het enige waar hij momenteel zin in heeft. En toe in staat is: liggen en tv kijken.

Af en toe schiet hij overeind om over te geven. Ik hou de kom voor hem vast en streel liefkozend over zijn rug. “Och, schatje toch,” probeer ik hem te troosten.
Het is het enige wat ik voor hem kan doen: bij hem zitten, lieve woordjes fluisteren en hem kleine slokjes water toedienen. En hopen dat hij zich snel weer wat beter zal voelen.

Het doet wat met je als je kind ziek is. Ik vind het heel akelig om hem zo te zien. En dan gaat het hier nog maar om een simpele buikgriep…

Als ik mijn zoon zo pips zie liggen, zet dat wel alles weer even in perspectief. Waar ik soms verzucht dat hij echt wat rustiger moet doen, zou ik nu maar wát blij zijn als hij weer vrolijk en gezond door de kamer stuitert. Maar rechtop zitten is nu al te veel voor hem. Hij is zo slap als een vaatdoek en houdt niets binnen. Heeft zowel het ontbijt als de lunch overgeslagen. En als hij ’s avonds eindelijk zin in een broodje heeft, komt het er binnen de minuut weer uit.

Ik zie het met lede ogen aan. En maak me zorgen. Hij moet wel genoeg vocht binnenkrijgen. Als hij ook nog koorts begint te krijgen, geef ik hem een zetpil. Dat wil hij aanvankelijk absoluut niet. Maar met al dat overgeven is een koortswerend siroopje ook geen optie. Uiteindelijk gaat hij akkoord in ruil voor een Fruitella snoepje, een gele. Nu lijkt snoep me niet het meest geschikte voedingsmiddel voor een zieke maag, maar je moet toch wat.

Als ik wat later zijn temperatuur nog eens check, kleurt het schermpje niet langer rood, maar geel. Verhoging dus, maar geen koorts meer. Oef.
Zoonlief ziet het ook. “Dan wil ik nog een snoepje,” zegt hij opeens.
Ik kijk hem vragend aan.
“Het snoepje was geel en nu staat de thermometer ook op geel. Het snoepje maakt me beter,” concludeert hij.

Ach, lieverd. Was het maar waar.

Wat er nu uit onze kofferbak komt

Of ze mijn zoon een plezier kan doen met wat Lego. En, o, er zit ook nog wat Playmobil bij.

Een vriendin van me is thuis de kelder aan het uitmesten. Lief dat ze aan onze zoon denkt. Ik app haar enthousiast terug. Want zoonlief is dól op Lego. Hij heeft zelfs al een eigen Instagram-account (_daniels_lego_creations_) waarop hij trots zijn bouwsels aan de rest van de wereld toont.

Mijn vriendin verontschuldigt zich nog dat de Lego misschien niet helemaal compleet meer is. Hier of daar zou er wel eens een stukje kunnen ontbreken. Geen enkel probleem. Zoonlief doet tegenwoordig toch niets liever dan mengen en mixen.

Nu komt hij niet bepaald Lego tekort: enig kleinkind langs papa’s kant, jongste jongen van de enorme familie langs mama’s kant. Dan weet je het wel. Maar ach, een beetje extra kan er vast nog wel bij.
Prima, ze zal het meebrengen als we elkaar binnenkort weer zien.

En dan is het zover. We komen met zijn allen samen bij een vriendin in Brussel. Zoonlief heeft zijn speelgoed thuisgelaten omdat mijn vriendin toch Lego voor hem zal meebrengen.

Wij zijn er als eerste. Onze kleine jongen zit ongeduldig te wachten tot hij zijn ‘nieuwe’ Lego zal krijgen. En ja hoor, na een paar minuten – die voor hem een eeuwigheid lijken te duren – arriveert de goede fee. Met lege handen.

O jee, de Lego vergeten? Maar nee, het zit nog in de auto. Die een heel eind verderop staat (al eens geprobeerd een parkeerplaats te vinden in Brussel op een zaterdagavond?). Gelukkig heeft onze gastvrouw nog wel wat speelgoed liggen waar hij zich mee kan vermaken.

Als het tijd is om naar huis te gaan, loopt mijn echtgenoot met de vriend van Lego-vriendin mee naar de auto om de boel over te laden. En komt ons daarna oppikken aan de ingang van het appartementsgebouw. Ik heb er dus nog altijd geen idee van wat zich nu in onze kofferbak bevindt.

Zoonlief valt op de terugreis in slaap. Bij thuiskomst stop ik hem snel in zijn bedje. Daarna duiken we er zelf ook in. In bed, welteverstaan. De koffer laten we voor wat het is.

Zondagochtend. Zoonlief wordt wakker en staat inmiddels op springen:
“Mag ik nu de Lego, mag ik NU de Lego?!”
Ik ben zelf onderhand ook wel nieuwsgierig. En dus wordt papa naar de garage gestuurd. Hij komt terug met een enorme doos. Ik trek grote ogen. Zoonlief zo mogelijk nog grotere.
“Er is nog meer, hoor,” lacht papa.

De ene na de andere doos komt tevoorschijn. Het is net Sinterklaas, Kerst en zoonliefs verjaardag ineen. En dat van meerdere jaren tegelijk.

Ik had het kunnen weten natuurlijk. Lego-vriendin heeft drie jongens.

Ik zie ze vliegen

Ik zie ze vliegen. Dag in, dag uit.

Maar ik kan het simpelweg niet over mijn hart verkrijgen om haar de deur uit te zetten. Veel te koud.

Haar de dood injagen is voor mij ook geen optie. Er wordt hier niet gemept in huis. Enkel voor muggen maak ik een uitzondering. En dus mag de vlieg in de berging overwinteren.

Wat makkelijker gezegd is dan gedaan. Want ze mag dan wel niet veel ruimte in beslag nemen, ze luistert net zo goed als de gemiddelde 5-jarige. Zodra de deur naar de berging opengaat, probeert ze terug de keuken binnen te vliegen. Daar is het warmer. En mevrouw weet maar al te goed waar er wat lekkers te halen valt. Dus klinkt het hier meermaals per dag in huis:
“De vlieg, DE VLIEG!!!” Niet iedereen denkt er namelijk even goed aan om de deur achter zich dicht te doen. Nee, papa, wees maar niet bang, ik noem geen namen. 😊

Maar het onvermijdelijke gebeurt toch. Iemand laat een keer de deur op een te grote kier staan. En daar profiteert onze huisvlieg uiteraard van.
Euh … nee, ik noem geen namen. 😳

Kijk madam daar eens parmantig op de tafel zitten. Op nog geen halve meter afstand van me. Die durft. Verbeeld ik het me nu of zit ze genoegzaam naar me te grijnzen?
Dan begint ze zich omstandig te wassen. Met haar achterpootjes wrijft ze druk over haar kleine lichaampje. Alsof ze wil tonen dat ze heus niet vies is. Ik laat het maar even zo.

Niet veel later ben ik in de keuken bezig. Ineens vliegt ze rond mijn hoofd. Wat krijgen we nou? Het is net of ze me aanvalt. Wat een ondankbaar beest. Even overweeg ik de vliegenmepper te gaan halen. Maar dan valt mijn euro: het is vandaag Valentijnsdag! Misschien wilde ze me gewoon een knuffel geven om me te bedanken.

Zoals ik al zei: ik zie ze vliegen.