Een droom van een cadeau

Je schoentje zetten is altijd een beetje feest. Maar afgelopen donderdag was het dubbel feest: zoonlief mocht een extra schoen meenemen naar school om in de klas te zetten.

Hij heeft er hoge verwachtingen van en neemt zelfs de woorden ‘grote cadeaus’ in de mond. Om teleurstellingen te voorkomen, vertel ik hem voorzichtig dat de Sint op school waarschijnlijk eerder iets lekkers in zijn schoen zal stoppen.
Als ik hem vrijdagmiddag uit school haal, blijkt dat we allebei een beetje gelijk hadden: er zat allerlei lekkers in de schoentjes, maar er lagen ook speelgoedcadeaus voor de hele klas.

Normaal gezien vertelt zoonlief weinig tot niets over school. Maar ’s avonds bij het eten vertelt hij in geuren en kleuren hoe ze met zijn allen met de nieuwe nerfgeweren hebben gespeeld in het klaslokaal. De jongens tegen de meisjes.
“Omdat de meisjes zwak waren (sorry dames, zijn woorden), deed de juf ook mee,” zegt hij opgetogen. Zijn ogen glinsteren als hij verder vertelt: “Ik heb de juf een paar keer geraakt!” Trots gaat hij verder: “Mij konden ze eerst niet raken, want ik verplaatste me steeds en hield mijn boekentas voor me.”

We hangen aan zijn lippen. Het klinkt als één groot feest. Wat een superleuk cadeau, denk ik glimlachend terwijl ik naar mijn enthousiaste zoon kijk. En wat tof van de juf dat ze er in de klas mee mochten spelen. Dan moet hij hard lachen. “Eén keer schoot ik vlak over M. haar hoofd. Ik denk dat er een stukje van haar haar is afgegaan.”

Ik zie het al helemaal voor me. Een bende uitgelaten kinderen die elkaar vanachter de tafels en stoelen met zachte pijltjes bestoken. De juf die zich door hun enthousiasme laat meevoeren en zelf weer even kind wordt.
Man, man, wat zou ik hier graag foto’s of een filmpje van zien. Maar als de juf zelf ook meedeed, zullen die er vast niet zijn.
“Heeft er iemand foto’s gemaakt?” vraag ik mijn zoontje weinig hoopvol.
“Nee, want de juf haar gsm was leeg.”
Spijtig.

Als hij vervolgens vertelt dat ze een pak aanhadden met een rode cirkel erop, ben ik even verward. Zouden het dan toch eerder een soort lasergeweren zijn? Maar nee, hij verzekert me dat het nerfgeweren waren. Hij heeft er zelf ook een thuis, dus hij weet hoe die eruitzien. Enfin, ze hebben zich er in ieder geval goed mee geamuseerd, dat is wel duidelijk.

Later die avond als zoonlief al lekker ligt te slapen, app ik met de mama van een klasgenootje. Tussendoor vraag ik haar of haar zoontje ook over de nerfgeweren heeft verteld die ze in de klas hebben gekregen. Ze antwoordt dat ze blijkbaar veel speelgoed hebben gehad.

De volgende ochtend appt ze me dat haar zoon zegt dat daar echter geen nerfgeweren bij waren. Ik frons mijn wenkbrauwen. Dat is vreemd. Ik loop naar zoonlief toe en vraag het hem. “O ja, dat was een droom. Dat ben ik nog vergeten te zeggen,” antwoordt hij laconiek.

Knijp me even.

Bol punt com je nog?

Het zou míj niet gebeuren, hoor. Ik zou me later niet gek laten maken door uitspraken van mijn kinderen als: “Maar mama, álle kindjes uit de klas hebben er een.”
Gsm, dure merkkleding, … vul maar in. Voor je het weet is het tegen elkaar opbieden bij de klippen op. Ik wilde daar niet aan meedoen.

Leuk in theorie, mijn voornemen. Maar toen kwam de praktijk.
Daniël zat afgelopen woensdag met een sip gezicht aan zijn ontbijt. Hij is niet zo’n prater, maar toen ik doorvroeg kwam het hoge woord eruit: hij mocht al een tijdje niet meer meespelen in de pauze. Pokémon is uit, de nieuwste rage op het schoolplein is nu de Beyblade. Die bestond al langer, maar deze wordt – hoe zou het ook anders – regelmatig in een nieuw jasje gestoken. Kassa!

Zoonlief heeft wel andere tollen, zoals een Ninjago spinner, maar die zijn ‘fake’, aldus de andere kinderen. Alleen als hij een échte Beyblade heeft, mag hij meedoen aan de tolgevechten. Anders moet hij zich tevredenstellen met toekijken.

Nu waren wij al van plan om hem een Beyblade voor zijn herfstrapport te geven. Maar dat is hier pas over twee weken. Ik zie de verdrietige blik in zijn ogen en vergeet op slag mijn oude voornemens. Hij krijgt een Beyblade en wel nú.

We hebben niet veel tijd meer over voor we naar school moeten vertrekken, maar ik pak toch snel de laptop erbij en surf naar bol.com. We scrollen samen door de verschillende Beyblades die er te koop zijn tot zoonlief de tol van zijn keuze ziet.

Na nog eenmaal gecheckt te hebben of hij het zeker weet, slinger ik het ding in het virtuele winkelkarretje. Hup, snel bestellen, dan kunnen we vertrekken.

Er verschijnt een bericht dat ze met de bestelling aan de slag gaan.
“Morgen, donderdag, zal hij geleverd worden,” vertel ik hem.
“Ik denk dat hij vandaag al komt, hoor,” antwoordt hij zelfverzekerd.
Ik zeg hem dat er toch echt donderdag staat.
Maar hij ziet het al helemaal voor zich: “Er staat dat ze ermee aan de slag gaan. Als ze dan geen pauze nemen, kunnen ze hem vandaag al brengen.”
Ik trek verbaasd mijn wenkbrauwen op. Hij heeft een gloeiende hekel aan lezen, maar dat heeft hij dan toch wel gezien, ‘dat ze ermee bezig gaan’.
Dan moet ik lachen om zijn idee dat ze maar geen pauze moeten nemen. Mooie baas zou hij zijn, die zoon van mij!

Onderweg naar school moet ik hem er nog meermaals aan herinneren dat er donderdag als leverdatum stond aangegeven. Dat het echt niet zal lukken om vandaag al te bezorgen, zelfs niet als ze bij bol.com geen pauze nemen. Kwestie van teleurstelling te voorkomen.

Gelukkig is het woensdag en hebben ze maar één korte pauze op school waarin hij nog niet zal kunnen meespelen. Dat scheelt.

Dan is het zover: de dag van de levering breekt aan. Daniël vraagt onophoudelijk wanneer ze zijn Beyblade komen brengen en wil zelfs niet naar school tot zijn tol er is. Dat is natuurlijk niet de bedoeling. Ik spreek met hem af dat ik zijn cadeautje aan de schoolpoort zal komen brengen als deze ’s ochtends wordt bezorgd. Maar druk hem ook op het hart dat hij er niet op moet rekenen en gewoon moet gaan spelen.

De hele ochtend ben ik gespitst op de deurbel. Maar helaas, geen pakketje. Ik denk aan mijn zoon die vast teleurgesteld zal zijn als ik in de middagpauze niet aan de schoolpoort verschijn. Kom aan, bol.com, waar blijf je toch?
Maar het blijft akelig stil. Zelfs als het alweer tijd is om mijn zoon te gaan halen, is er nog geen pakketje te bespeuren.

Wat ik al vreesde: zoonlief heeft de hele pauze op de uitkijk gestaan om te zien of ik zijn Beyblade kwam brengen. Ik kan mezelf wel voor mijn hoofd slaan. Had ik dat nu maar niet voorgesteld. Arme schat. En dan moet ik hem ook nog vertellen dat er nog steeds geen pakketje is.

Als we thuis zijn, wil hij de hele tijd voor het raam zitten om te kijken wanneer het bekende bestelbusje de straat inrijdt. Als ik hem voorzichtig vertel dat dat nog wel een paar uur kan duren, moet hij huilen. Mijn hart breekt een beetje. Ik weet dat het maar een stuk speelgoed is, maar voor hem is het op dit moment veel meer dan dat.

Ik sla mijn armen om hem heen in een poging hem te troosten. Ondertussen kijkt papa op de website naar de bestelgegevens. En dan volgt de volgende teleurstelling: een bericht dat de Beyblade pas een dag later zal worden bezorgd.

Nu met de coronacrisis wordt er natuurlijk veel meer online geshopt, dus ik begrijp het op zich wel. Maar voor onze lieve jongen is het wel een dikke vette tegenvaller.

En het houdt niet op. Natuurlijk vraagt hij mij of ik naar school kom in de pauze als het pakketje al in de ochtend wordt geleverd. Ik probeer hem er nogmaals van te overtuigen dat de kans groter is dat ze ’s middags komen. Maar ik zie de hoop in zijn ogen glooien.

Je voelt ‘m misschien al aankomen: de Beyblade werd pas in de middag gebracht. Maar ik laat me niet uit het veld slaan. Als het tijd is om mijn zoon uit school te halen, doe ik het doosje open en steek de blade in mijn handtas. Dan kan hij hem tenminste al zien en wie weet, nog net aan een paar vriendjes uit de klas tonen voordat die naar huis vertrekken.

Als ik aan de schoolpoort sta en hem zie aankomen, zet ik mijn meest enthousiaste gezicht op. Ik trek het ding uit mijn tas … en snijd me aan de verpakking. Ik ruk snel het plastic eraf en geef de tol door de spijlen aan mijn opgewonden op en neer wippende zoon. Terwijl hij dolgelukkig zijn blade aan zijn kameraadjes laat zien, zoek ik naar een pleister. De enige die ik nog in mijn handtas vind, is er een van Star Wars. Ach, wat maakt het uit. Een pleister is een pleister.

Als ik mijn vinger heb verzorgd, kijk ik op. Ik zie het glunderende gezicht van mijn allerliefste schatje en glimlach. Het heeft dan wel letterlijk bloed, zweet en tranen gekost, maar dat was het meer dan waard. Zie hem eens met zijn nieuwe Beyblade. Zijn hoofd tolt van geluk.

PS Het hele weekend lang vroeg hij: “Wanneer mag ik weer naar school? Ik wil bladen met mijn vriendjes.”

Het scheelde maar een haartje

Gewapend met een flesje alcoholgel, mijn smartphone en identiteitskaart trek ik de deur achter me dicht. Ik adem de frisse buitenlucht diep in en zet er stevig de pas in. Deze mama heeft een missie!

De weersomstandigheden zijn gunstig: het regent. Geen Belgische kat of Nederlandse kip te zien op straat. Ik trek mijn capuchon diep over mijn hoofd en loer naar alle kanten. Eén keer moet ik razendsnel wegspringen omdat een fietser plots de bocht omslaat.

Dan kom ik op de plaats van mijn bestemming aan. De poort staat wijd open. Maar er is niemand te zien. Gelukkig maar.
Onder het afdak op het schoolplein staan genummerde dozen op een lange rij. Ik loop snel naar de doos waar zoonliefs klasnummer op staat.

Voor ik tussen de berg zakjes op zoek ga naar die van hem, haal ik het flesje alcoholgel uit mijn jas. Ik ontsmet mijn handen, je weet tenslotte maar nooit of ik dat rottige virus niet zelf bij me draag.

Ik moet verschillende zakjes optillen voor ik die van mijn zoon vind. Net als ik me omdraai om te vertrekken, komt er een mama met twee kinderen aan. Ik ken ze niet. De kinderen zijn nog jong, maar houden keurig afstand. De mama een stuk minder. Snel wandel ik de schoolpoort weer uit.

Ik ben nog maar een paar stappen op weg, als ik het voel: een haar in mijn mond. Wat nu?
Ik heb zopas zakjes aangeraakt waar het virus op zou kunnen zitten. Dus de haar uit mijn mond halen is geen optie. Het zakje op de grond zetten en het potje alcoholgel opnieuw uit mijn jas halen dan maar?

Lijkt me de moeite niet voor die paar minuten lopen. Dus stap ik maar stevig door. De regen begint nu met bakken uit de lucht te komen. Maar ik voel het nauwelijks. Het enige dat ik voel is die vervelende haar in mijn mond.

Blazen helpt niet, vreemde mondbewegingen maken helpt ook niet. De haar blijft zitten waar hij zit. Negeren dan maar. Maar dat lukt dus voor geen meter (en een half). Ik kan aan niets anders meer denken. Nooit geweten dat het zo moeilijk is om een haar NIET uit je mond te halen.

Maar weet je wat nog het ergste was? Bij thuiskomst kwam ik erachter dat de bundel met schooltaken niet in het zakje zat. Blijkbaar staken daar enkel de paaseieren en het moederdagcadeau in. Vlak naast de doos met zakjes stond nog een doos: die met de bundels voor de beide klassen van het eerste leerjaar.

Dus moest ik weer terug.
Zucht. Het scheelde maar een haartje of mijn missie was geslaagd.

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag