Het scheelde maar een haartje

Gewapend met een flesje alcoholgel, mijn smartphone en identiteitskaart trek ik de deur achter me dicht. Ik adem de frisse buitenlucht diep in en zet er stevig de pas in. Deze mama heeft een missie!

De weersomstandigheden zijn gunstig: het regent. Geen Belgische kat of Nederlandse kip te zien op straat. Ik trek mijn capuchon diep over mijn hoofd en loer naar alle kanten. Eén keer moet ik razendsnel wegspringen omdat een fietser plots de bocht omslaat.

Dan kom ik op de plaats van mijn bestemming aan. De poort staat wijd open. Maar er is niemand te zien. Gelukkig maar.
Onder het afdak op het schoolplein staan genummerde dozen op een lange rij. Ik loop snel naar de doos waar zoonliefs klasnummer op staat.

Voor ik tussen de berg zakjes op zoek ga naar die van hem, haal ik het flesje alcoholgel uit mijn jas. Ik ontsmet mijn handen, je weet tenslotte maar nooit of ik dat rottige virus niet zelf bij me draag.

Ik moet verschillende zakjes optillen voor ik die van mijn zoon vind. Net als ik me omdraai om te vertrekken, komt er een mama met twee kinderen aan. Ik ken ze niet. De kinderen zijn nog jong, maar houden keurig afstand. De mama een stuk minder. Snel wandel ik de schoolpoort weer uit.

Ik ben nog maar een paar stappen op weg, als ik het voel: een haar in mijn mond. Wat nu?
Ik heb zopas zakjes aangeraakt waar het virus op zou kunnen zitten. Dus de haar uit mijn mond halen is geen optie. Het zakje op de grond zetten en het potje alcoholgel opnieuw uit mijn jas halen dan maar?

Lijkt me de moeite niet voor die paar minuten lopen. Dus stap ik maar stevig door. De regen begint nu met bakken uit de lucht te komen. Maar ik voel het nauwelijks. Het enige dat ik voel is die vervelende haar in mijn mond.

Blazen helpt niet, vreemde mondbewegingen maken helpt ook niet. De haar blijft zitten waar hij zit. Negeren dan maar. Maar dat lukt dus voor geen meter (en een half). Ik kan aan niets anders meer denken. Nooit geweten dat het zo moeilijk is om een haar NIET uit je mond te halen.

Maar weet je wat nog het ergste was? Bij thuiskomst kwam ik erachter dat de bundel met schooltaken niet in het zakje zat. Blijkbaar staken daar enkel de paaseieren en het moederdagcadeau in. Vlak naast de doos met zakjes stond nog een doos: die met de bundels voor de beide klassen van het eerste leerjaar.

Dus moest ik weer terug.
Zucht. Het scheelde maar een haartje of mijn missie was geslaagd.