Kip, ik heb je

Hoera, project KIP is van start gegaan! Daniëls droom gaat eindelijk in vervulling: hij krijgt een huisdier. Wat zeg ik: drie zelfs!

De teleurstelling die van zijn gezicht droop toen de achterbuurvrouw onlangs tegen hem zei dat hij hun kippen niet meer mocht komen voeren, gaf voor mij de doorslag. Ik zie hem daar nog staan. Hij staarde haar ontzet aan en kon geen woord meer uitbrengen. Ik sloeg mijn armen om hem heen en fluisterde in zijn oor: “Jij krijgt je eigen kippen, lieverd. Beloofd.”

Ik begrijp het overigens best, hoor. Onze achterburen zijn al op leeftijd en toen zij zich ineens niet lekker voelde, sloeg de schrik haar om het hart. Dat ze ons vervolgens met onze bubbelvrienden in de tuin hoorden lachen, zal er ook geen goed aan hebben gedaan (ook al hielden we ruim afstand en maakte ik de hapjes klaar met een mondmasker op). Ze zijn bang dat het coronavirus hen te pakken krijgt.
Maar jammer is het wel. Want het maakte ons zoontje zo gelukkig, zijn dagelijkse gang naar het kippenparadijs aan de andere kant van de omheining.

“Kom, we gaan op de computer een kippenhok uitkiezen,” zei ik tegen hem. Ik nam zijn hand in de mijne en samen gingen we naar binnen. Ik pakte een nieuw schrift uit de kast en hij tekende er een kip op. Project KIP was geboren.

Inmiddels heb ik de nodige informatie opgezocht en hebben we een gezellig hok en een grote afrastering besteld. Want ze moeten wel lekker kunnen scharrelen, onze kipjes. “Míjn kipjes,” hoor ik zoonlief in gedachten al zeggen, haha!

Ik heb er eerlijk gezegd zelf ook al veel zin in. Het lijkt me wel gezellig, zo’n toompje kippen die gemoedelijk in onze tuin lopen te keuvelen. Van mij mogen de dames al komen. Maar eerst moeten we alles gereed maken. Het hok is gistermiddag bezorgd.

Dat gaan we dit weekend in elkaar zetten. Dan is het nog een paar dagen wachten op de afrastering. Als het een beetje meezit, wordt ons gezinnetje over anderhalve week uitgebreid met drie kindvriendelijke kippen.

Wordt vervolgd

O, moddertje, help!

Yes, eindelijk speelt Daniël even zelf!
Misschien niet de meest vriendelijke gedachte, maar ik heb na eindeloos samen schilderen, samen schommelen en jeu de boules spelen even geen puf meer. Zeker niet met deze hitte. Heerlijk dat hij nu even lief in zijn zwembadje zit te plonzen.

Ik weet uit ervaring dat deze plotselinge me-time niet lang zal duren en besluit daarom snel binnen wat leesvoer te gaan halen. Heel stilletjes sluip ik weg. Want zodra zoonlief zich weer van mijn aanwezigheid bewust zal worden, is de kans groot dat hij weer iets samen wil doen.

Ik heb nog een stapel Libelles liggen, mijn favoriete tijdschrift. Mijn moeder leest ze eerst en bewaart ze vervolgens voor mij. Door de coronatoestanden lag er in juli, toen we haar eindelijk weer konden bezoeken, een stapel vanaf kerst vorig jaar op me te wachten. En tja, ik lees ze wel graag op volgorde. Niet dwangmatig, maar omdat ik de columns en dagboeken chronologisch wil kunnen volgen.

Ziezo, hè, hè. Ik plof lekker op het bankje onder de luifel neer met een verkoelend drankje binnen handbereik. Ik geniet nog even van de aanblik van mijn spetterende zoon en sla dan mijn tijdschrift open. Heerlijk. Het is er eentje van januari, maar hé, wie weet werkt het psychologisch wel verkoelend om door recepten voor de lekkerste oliebollen en modereportages van de hipste skioutfits in een winters landschap te bladeren.

Drie bladzijden later valt het me ineens op hoe stil het in de tuin is. Verdacht stil. Ik kijk op en … o, help. Daar gaan we weer. Daniël heeft het water uit zijn zwembadje overgegoten in de speelgoedbak en is er nu vrolijk emmertjes grond bij aan het kiepen. Eén grote modderzooi is het.

Wat is dat toch met kinderen en modder? Rond sinterklaastijd kruisen ze de halve speelgoedfolder aan, maar eigenlijk vinden ze niets leuker dan kliederen met water en zand.

Ik kijk naar zijn modderbad en de zwarte vegen op zijn tengere lijfje. Ineens gaat me een lichtje op. Zou dat het geheim zijn? Hebben kinderen daarom zo’n fluweelzacht velletje? Ik werp een blik op mijn hielkloven en schilferige, droge benen. En mijn ruwe, veel te vaak gewassen handen. Hm, zou ik?  

Uit de kluiten gewassen

“Mama, kom eens kijken!” roept mijn zoontje enthousiast vanuit de tuin. Ik spoel het sop van mijn handen, droog ze snel af en loop naar buiten.
Zoonlief staat midden op het tuinpad en wijst naar iets voor hem op de grond. Daar ligt op een plastic bakje een donkergekleurd, langwerpig voorwerp. Hij zou toch niet, hier zomaar buiten…, schiet er even door me heen.

Dan laat hij me een Pokémonkaartje zien. “Deze heb ik nagemaakt,” zegt hij trots. Hij wijst op het kaartje de verschillende delen van de uit de kluiten gewassen rups aan. Letterlijk uit de kluiten, want het beestje is van modder gemaakt. Geweldig vind ik dat, als hij zich zo weet te amuseren met zoiets eenvoudigs als water en zand.

“Nu moet hij eerst drogen en dan ga ik hem kleuren,” vervolgt hij. Ik vind het allemaal prima. Het is 36 graden dus ben ik stiekem allang blij als hij zichzelf even vermaakt.
Als de Pokémonrups niet veel later droog is – dat is dan weer het voordeel van de brandend hete zon – vraagt hij waar het stoepkrijt is. We vinden nog wat restjes in het tuinhuis, maar helaas zit de juiste kleur er niet bij. Hij trekt een beteuterd gezicht.
“Ik heb nog wel iets,” probeer ik hem op te vrolijken. “Waterverf!”
Opgetogen volgt hij me naar binnen. Waar het bovendien een stuk aangenamer van temperatuur is. We besluiten de rups naar binnen te halen om hem daar te verven.

Maar dan gebeurt het: er breekt een stuk van de rups af. Zoonlief is in tranen en slaat gefrustreerd in één klap de rest van de rups aan gort. Ik droog zijn tranen en leg hem voorzichtig uit dat modder weer terug in zand verandert als het opdroogt. En vraag hem of hij de rups misschien van klei wil maken.
“Nee,” antwoordt hij boos. “Dan wordt de klei na een paar dagen slecht en moet ik hem weggooien.”

Gelukkig is deze mama niet voor één gat te vangen. Vooral niet als mijn allerliefste schatje verdrietig is. “Weet je wat?” zeg ik, “We maken Pokémonkaarten met waterverf op papier. Dan blijven ze voor altijd goed.”
Vol spanning wacht ik zijn reactie af. Want een platte rups op papier is natuurlijk niet hetzelfde als een 3-dimensionaal exemplaar.

Oef, er verschijnt een voorzichtige glimlach rond zijn lippen. Niet veel later schildert hij er vrolijk op los.

Hij maakt de ene na de andere Pokémonfiguur na. Alles, behalve de rups. Die kan wat hem betreft de pot op. Zat ik er toch niet ver naast.

Jantje huilt, Jantje lacht

Dikke tranen biggelen over zijn wangen.
“Ik mag de kippen niet meer voeren. Nooit meer,” snikt zoonlief.
Hij stort zich in mijn armen. Ik streel zachtjes met een hand over zijn haar tot hij weer wat gekalmeerd is.

Verbaasd over deze nogal onverwachte mededeling van de buurman aan mijn 7-jarige zoontje, loop ik naar de afrastering. Maar er is niemand meer te zien.

Als ik wat later op de dag een stel benen onder de coniferen zie uitsteken, ben ik er als de kippen bij. Gelukkig is het de buurvrouw. Die is een stuk minder kort van stof en vertelt in zorgvuldig gekozen bewoordingen wat er aan de hand is. De kippen hebben stress en leggen bijna geen eieren meer. Ze moeten rustig kunnen rondscharrelen. En krijgen nu speciaal voer dat de dierenarts heeft voorgeschreven.

Ik begrijp meteen waar ze naartoe wil. Zoonlief rent namelijk meermaals per dag met een stuk oud brood of zijn korstjes naar de afrastering om de kippen te voeren. Ook laat hij ze regelmatig heen en weer rennen. Maar blijkbaar is dat helemaal niet goed voor ze. Deze stresskippen houden niet van sporten. Zo’n beetje als ikzelf dus.

Ze oppert dat we misschien zelf kippen kunnen nemen. Dat ziet mijn kleine kippenliefhebber wel zitten natuurlijk. Maar papa een stuk minder.
“We komen nu al aan veel dingen in en rond het huis niet toe,” luidt zijn niet geheel ongegronde argument.
Er vallen nog veel meer tranen. Maar wonder boven wonder slaapt zoonlief die avond prima.

De volgende ochtend wordt er ineens hard op onze slaapkamerdeur gebonsd. Die vliegt vervolgens open en zoonlief roept luidkeels: “IK WIL KIPPEN!!!”
Zo, we zijn wakker.

Onder het ontbijt zie ik dat papa voorzichtig toch eens wat informatie over het houden van kippen opzoekt. En nadenkend naar verschillende plekken in de tuin staart. Hij lijkt op iets te broeden.

Na een bezoekje aan moeke en vake eten we onze broodjes buiten in de tuin op. Lekker in het zonnetje. Ineens verschijnt de buurvrouw aan de draad. Ze wenkt zoonlief om wat dichterbij te komen. Of hij misschien zin heeft om de kippen te komen voeren.
Ik heb mijn zoon nog nooit zo hard zien stralen. Laat staan zo snel zien klaarstaan voor vertrek. Zijn gezicht bijna te klein voor zijn glimlach.

Ik ga met hem mee. De buurvrouw staat ons al op de oprit op te wachten. Op veilige afstand volgen we haar het terrein op. We komen in een indrukwekkend kippenparadijs waar de kipjes naar hartenlust tussen de bomen kunnen rondscharrelen.

Zoonlief kijkt zijn ogen uit. Hij is duidelijk zielsgelukkig nu hij tussen zijn gevederde vriendjes staat. En het allermooiste komt nog: Flabbetje, zijn lievelingskip, zit op haar nestje om een ei te leggen. En hij mag gaan kijken.
Heel stilletjes loopt hij op zijn tenen het kippenhok in. Flabbetje en zoonlief kijken elkaar aan. Ik voel een brok in mijn keel en slik. Wat een prachtig, ontroerend moment.

Daarna mag hij de kippen buiten voeren. Eerst strooit hij voorzichtig wat voer rond. Maar al snel durft hij ze uit zijn hand te laten pikken. Er is ook een kip die graag een graantje uit het bakje komt meepikken. Behoedzaam streelt hij de kip over haar rug.

Als we na deze geweldige ervaring weer naar huis lopen, zegt zoonlief uit de grond van zijn hart:
“Dit is de mooiste dag van mijn leven.”

PS ’s Avonds mag hij nog even bij de kippen komen. De buurvrouw heeft een verrassing voor hem: het ei van Flabbetje.

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag