Blij (met een) ei

Ik kijk door het keukenraam terwijl ik een pot thee zet. Het valt me meteen op dat Bruintje de kip onrustig is. Ze gaat het nachthok in. Om er vrijwel direct daarna weer uit te komen. Normaal gezien gaan de kippen overdag nooit hun hok in. Enkel en alleen om te slapen.

Ze scharrelt wat en gaat dan opnieuw naar binnen. Dat kan volgens mij maar één ding betekenen: ze staat op het punt haar eerste ei te leggen. Ik vond haar kam en lellen de laatste dagen al zo intens rood. En ze heeft er inmiddels al een tijdje de leeftijd voor. Ik denk aan zoonlief die op school is en nog van niets weet. Wat zal hij blij zijn! Hij kijkt er al zo lang naar uit, naar het eerste ei van zijn geliefde kipjes.

Als ik de kippen een stukje brood breng, doet Bruintje weer vreemd. Ze vliegt tussen het eten door ineens bij de afrastering op. Ik besluit het hek maar even open te zetten. Dan kan ze lekker wat in de tuin rondscharrelen. Dat doen we sinds kort trouwens sowieso elke dag. Niet dat ze weinig ruimte hebben, hoor. Ze hebben met zijn drieën een behoorlijk groot omheind stuk grond tot hun beschikking. Maar dat hebben ze inmiddels al helemaal kaalgevreten. Er staat geen grassprietje meer op. En ze genieten er duidelijk van om op avontuur te gaan in een hun onbekende wereld. Het enige nadeel is dat we ze niet uit het oog mogen verliezen als ze los rondlopen, want er vliegt regelmatig een roofvogel over. Die heeft al een keer een duif te grazen genomen, dus die zal zijn klauw ook niet omdraaien voor een klein sappig kippetje.

Dus daar sta ik dan, in de tuin op de kipjes te letten. Bruintje komt naar me toe en neemt een houding aan alsof ze op me wil springen. Ze springt regelmatig ergens op, dus ik weet precies hoe dat eruit ziet. Eerst kijk ik haar wat bevreemd aan, maar al snel wint mijn weke moederhart het van mijn ongemakkelijke gevoel. Ik leef met haar mee. Ze moet haar eerste ei leggen en weet duidelijk niet wat haar overkomt. Niet lachen, hè, maar ik ben dus op mijn hurken gaan zitten met mijn capuchon over mijn hoofd getrokken. En ja hoor, mevrouw sprong meteen op mijn rug. Ik voel hoe ze haar snavel aan mijn jas afveegt en er weer afspringt. En me vervolgens aankijkt met een blik die boekdelen spreekt: ze wil nog eens. En dus laat ik haar nogmaals op mijn rug springen. Daarna is het klaar.

Niet veel later loopt ze terug naar de ren en gaat het nachthok weer binnen. Zou het nu dan gaan gebeuren? vraag ik me af. Maar nee, hoor. Ze komt er weer uit. Och arme, ze kan haar ei niet kwijt. Letterlijk en figuurlijk.

Dan is het tijd om zoonlief van school te halen. Onderweg naar huis vertel ik hem over het vreemde gedrag van Bruintje. En dat ik denk dat ze een ei gaat leggen. Nou, je kunt je vast wel voorstellen dat hij er bij thuiskomst als de kippen bij was om in het nestkastje te gaan kijken. En ja hoor, daar in het stro lag het. Een prachtig klein eitje. Uiterst voorzichtig pakt zoonlief het in zijn handen. Zijn blik een en al verwondering. Wat een ontroerend moment. Het allereerste ei.

Nadat ik een foto heb genomen, snel ik naar binnen om een van de opgespaarde eierdoosjes te halen. Om er vervolgens achter te komen dat die allemaal opgebruikt zijn voor knutselwerkjes. Gelukkig heb ik nog een doosje eieren in de koelkast staan. Ik doe de supermarkteieren in een schaaltje en daarna mag zoonlief voorzichtig het ei van Bruintje in het doosje doen.

Zo’n schattig klein eitje vergeleken met een supermarktei

Bruintje lijkt ondertussen gelukkig weer helemaal de oude. Ze scharrelt rustig rond met haar twee vriendinnetjes. En komt ook meteen eten als ik ze hun avondgraantjes breng. Maar tegen de tijd dat ze op stok gaan, zie ik dat alleen Bruintje nog buiten is. Zelfs Witje, de benjamin van het stel die altijd als laatste naar bed gaat, is al binnen. Ik kijk naar Bruintje en zie hoe ze roerloos voor de opening van het kippenhok blijft staan. Het begint al te schemeren. Maar ze gaat nog altijd niet naar binnen. Alsof ze bang is dat haar dan weer hetzelfde te wachten staat. Het was vast een zware bevalling. Net als ik me afvraag of ik haar moet helpen, gaat ze naar binnen. Ik ben ontzettend trots op haar.

Diezelfde avond nog maakt zoonlief een stripverhaal over de blijde gebeurtenis. Echt prachtig. Hij is diep onder de indruk van het eerste ei. En ik van zijn tekening.

Als ik ’s avonds naar bed ga, kijk ik nog even naar mijn slapende zoon. Hij ligt heel tevreden te slapen. Als een blij ei.

Hiep hiep hoera voor mama

Ik word wakker van gestommel in de slaapkamer van mijn 7-jarige zoon. Met één oog half open werp ik een blik op de wekker. Half zes. Kreun.

Ik hoor hoe zoonlief op zijn tenen naar papa sluipt en fluistert: “Mogen we al opstaan om mama’s verrassing klaar te maken?”
Ik glimlach in het donker, maar hou me wijselijk stil. Mijn echtgenoot mompelt iets over ‘midden in de nacht’ en stuurt hem terug naar zijn kamer. Tot mijn grote verbazing kruipt zoonlief zonder morren weer in bed en valt in slaap.

Anderhalf uur later doet hij een tweede poging. Ditmaal heeft hij meer succes. Hoewel nog niet helemaal van harte, hijst mijn echtgenoot zich al gapend overeind. Tot grote vreugde van onze ongeduldig op en neer wippende stuiterbal. Je zou bijna denken dat híj jarig is.

Ik mag nog lekker blijven slapen. Wat een cadeau! Niet dat dat gemakkelijk is als er om de vijf minuten “Nog niet komen!” naar boven wordt geroepen, maar dat neem ik graag voor lief.

Ik hoor een hoop gekletter van bestek en borden en andere geluiden die ik niet meteen kan thuisbrengen. Wat zijn ze daar beneden in vredesnaam allemaal aan het bekokstoven, vraag ik me steeds harder af. Als ik bijna uit elkaar barst van nieuwsgierigheid is het zover. Ik mag beneden komen.

Als ik de woonkamer binnenloop, springen mijn twee mannen achter de bank vandaan. “Gefeliciteerd!” roepen ze met uitgelaten gezichten. Ah, wat zijn ze toch lief.

De kamer is versierd met vlaggetjes en zoonlief heeft de grote tafel alvast gedekt voor de taart straks. Ik krijg een prachtige tekening in mijn handen gedrukt en mag ze dan naar de keuken volgen.

Er staat een verrassingsontbijtje voor me klaar: een kommetje met daarin 1 kiwi. In stukjes.
“Heb ik helemaal zelf klaargemaakt. Voor jou, mama,” zegt mijn zoontje met een grote glimlach. Ach, de schat. Ik kijk naar zijn lieve, stralende gezichtje en geef hem een dikke knuffel.

“Hmmm, heerlijk. Ik proef de liefde waarmee je het hebt bereid,” zeg ik tegen hem. Hij glundert van trots. Maar omdat je van de liefde – en 1 kiwi – niet kunt leven, maak ik zelf nog een kom havermoutpap.

Daarna is het tijd om de cadeautjes uit te pakken. Gisteren hebben mijn schoonouders al twee mooie theemokken, een lieve kaart en centjes om zelf iets uit te zoeken gebracht. In de tuin, want binnenkomen kan niet meer met deze vreselijke coronatoestanden.

Het is raar om jarig te zijn in coronatijd. Maar met mijn twee mannen aan mijn zijde maak ik er gewoon toch een feestje van. Ik krijg ladingen lieve berichtjes en telefoontjes van vrienden en familie, er wordt een cadeautje van mijn zusje bezorgd, we doen gezelschapsspelletjes en sluiten de dag af met een heus pannenkoekenfeest. Ik voel me door al die verwennerij eerder een paar jaar jonger dan het daadwerkelijke jaartje ouder.

Wel voel ik me een jaartje wijzer. Want inmiddels heb ik maar al te goed begrepen dat je moet genieten van de kleine dingen. Van wat je wél mag en kan. En dus besluit ik om niet te denken aan het bezoek dat niet mag komen, maar me te richten op mijn twee lieve mannen die mij samen een onvergetelijke verjaardag hebben proberen te bezorgen. Waarvoor ik ze innig dankbaar ben.

Dus bij deze niet alleen voor mezelf, maar ook voor hen: hiep hiep … hoera!

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag