
“Mama, kom eens kijken!” roept mijn zoontje enthousiast vanuit de tuin. Ik spoel het sop van mijn handen, droog ze snel af en loop naar buiten.
Zoonlief staat midden op het tuinpad en wijst naar iets voor hem op de grond. Daar ligt op een plastic bakje een donkergekleurd, langwerpig voorwerp. Hij zou toch niet, hier zomaar buiten…, schiet er even door me heen.
Dan laat hij me een Pokémonkaartje zien. “Deze heb ik nagemaakt,” zegt hij trots. Hij wijst op het kaartje de verschillende delen van de uit de kluiten gewassen rups aan. Letterlijk uit de kluiten, want het beestje is van modder gemaakt. Geweldig vind ik dat, als hij zich zo weet te amuseren met zoiets eenvoudigs als water en zand.
“Nu moet hij eerst drogen en dan ga ik hem kleuren,” vervolgt hij. Ik vind het allemaal prima. Het is 36 graden dus ben ik stiekem allang blij als hij zichzelf even vermaakt.
Als de Pokémonrups niet veel later droog is – dat is dan weer het voordeel van de brandend hete zon – vraagt hij waar het stoepkrijt is. We vinden nog wat restjes in het tuinhuis, maar helaas zit de juiste kleur er niet bij. Hij trekt een beteuterd gezicht.
“Ik heb nog wel iets,” probeer ik hem op te vrolijken. “Waterverf!”
Opgetogen volgt hij me naar binnen. Waar het bovendien een stuk aangenamer van temperatuur is. We besluiten de rups naar binnen te halen om hem daar te verven.

Maar dan gebeurt het: er breekt een stuk van de rups af. Zoonlief is in tranen en slaat gefrustreerd in één klap de rest van de rups aan gort. Ik droog zijn tranen en leg hem voorzichtig uit dat modder weer terug in zand verandert als het opdroogt. En vraag hem of hij de rups misschien van klei wil maken.
“Nee,” antwoordt hij boos. “Dan wordt de klei na een paar dagen slecht en moet ik hem weggooien.”
Gelukkig is deze mama niet voor één gat te vangen. Vooral niet als mijn allerliefste schatje verdrietig is. “Weet je wat?” zeg ik, “We maken Pokémonkaarten met waterverf op papier. Dan blijven ze voor altijd goed.”
Vol spanning wacht ik zijn reactie af. Want een platte rups op papier is natuurlijk niet hetzelfde als een 3-dimensionaal exemplaar.
Oef, er verschijnt een voorzichtige glimlach rond zijn lippen. Niet veel later schildert hij er vrolijk op los.

Hij maakt de ene na de andere Pokémonfiguur na. Alles, behalve de rups. Die kan wat hem betreft de pot op. Zat ik er toch niet ver naast.

