Mooi nep is niet lelijk

“Nep!” klinkt het naast me. “Ook nep.” En even later: “Deze is wel echt.”

We zijn met zijn drietjes in het Fries Scheepvaart Museum in Sneek. Dit leek ons wel een leuk uitje nu het weer zo herfstachtig aan doet. En zo krijgt zoonlief ook nog een beetje cultuur mee tijdens onze week vakantie bij mijn moeder in Friesland.

De expositie begint meteen met een knaller van formaat: een schip gemaakt van Lego. Uiteraard wordt dit museumstuk met de nodige toewijding bekeken door onze legofan. Daarna lopen we verder. Helaas is het Kindermuseum, een speciale zaal waar de kids allerlei leuke activiteiten kunnen doen, wegens corona gesloten. Het is dan ook best wel even spannend of zoonlief de rest van het museum niet te saai zal vinden. Maar dat blijkt al snel niet het geval te zijn. Hij ontpopt zich spontaan tot een ware kunstkenner. Als een ervaren taxateur loopt hij rond en meldt hij of een voorwerp echt of nep is. Een goed geconserveerd schilderij uit 1826: nep. Een recente afbeelding in slechtere staat: echt. Modelbootjes, wandborden, tegeltjes, een roer. Hij onderwerpt alles aan een grondige inspectie. Hilarisch om te zien.

We eindigen ons bezoek in de zilverkamer. Aan weerszijden van de kleine ruimte staan hoge vitrinekasten vol blinkend zilverwerk. Zoonlief kijkt eens naar links. Hij kijkt eens naar rechts. En spreidt dan zijn armen wijd open: “Nep. Allemaal nep.”

Ik leg hem uit dat het toch echt van zilver is gemaakt. En niet van bijvoorbeeld plastic. Dan zou het nep zijn. Maar nee, hoor. Omdat alle voorwerpen er spic en span uitzien, is hij er zeker van dat het allemaal nep is. Ik kan hem niet overtuigen. Hij is de expert.

Net voor we de zaal met zilveren voorwerpen verlaten, komen we langs een grote omlijste spiegel die boven een ouderwetse schouw hangt te pronken. Ik kijk in de spiegel en vraag mijn zoon: “En die mevrouw daar?” Hij werpt een korte blik op mijn spiegelbeeld en zegt heel gedecideerd: “Nep.”

Nou, moe. Van je kind moet je het hebben.
Maar net voor ik quasi beledigd reageer, bedenk ik me ineens: als strak en blinkend zijn criteria voor nep zijn, is het eigenlijk een compliment! Ik glimlach naar mijn spiegelbeeld en stel tevreden vast: mooi nep is niet lelijk.

Wat er nu uit onze kofferbak komt

Of ze mijn zoon een plezier kan doen met wat Lego. En, o, er zit ook nog wat Playmobil bij.

Een vriendin van me is thuis de kelder aan het uitmesten. Lief dat ze aan onze zoon denkt. Ik app haar enthousiast terug. Want zoonlief is dól op Lego. Hij heeft zelfs al een eigen Instagram-account (_daniels_lego_creations_) waarop hij trots zijn bouwsels aan de rest van de wereld toont.

Mijn vriendin verontschuldigt zich nog dat de Lego misschien niet helemaal compleet meer is. Hier of daar zou er wel eens een stukje kunnen ontbreken. Geen enkel probleem. Zoonlief doet tegenwoordig toch niets liever dan mengen en mixen.

Nu komt hij niet bepaald Lego tekort: enig kleinkind langs papa’s kant, jongste jongen van de enorme familie langs mama’s kant. Dan weet je het wel. Maar ach, een beetje extra kan er vast nog wel bij.
Prima, ze zal het meebrengen als we elkaar binnenkort weer zien.

En dan is het zover. We komen met zijn allen samen bij een vriendin in Brussel. Zoonlief heeft zijn speelgoed thuisgelaten omdat mijn vriendin toch Lego voor hem zal meebrengen.

Wij zijn er als eerste. Onze kleine jongen zit ongeduldig te wachten tot hij zijn ‘nieuwe’ Lego zal krijgen. En ja hoor, na een paar minuten – die voor hem een eeuwigheid lijken te duren – arriveert de goede fee. Met lege handen.

O jee, de Lego vergeten? Maar nee, het zit nog in de auto. Die een heel eind verderop staat (al eens geprobeerd een parkeerplaats te vinden in Brussel op een zaterdagavond?). Gelukkig heeft onze gastvrouw nog wel wat speelgoed liggen waar hij zich mee kan vermaken.

Als het tijd is om naar huis te gaan, loopt mijn echtgenoot met de vriend van Lego-vriendin mee naar de auto om de boel over te laden. En komt ons daarna oppikken aan de ingang van het appartementsgebouw. Ik heb er dus nog altijd geen idee van wat zich nu in onze kofferbak bevindt.

Zoonlief valt op de terugreis in slaap. Bij thuiskomst stop ik hem snel in zijn bedje. Daarna duiken we er zelf ook in. In bed, welteverstaan. De koffer laten we voor wat het is.

Zondagochtend. Zoonlief wordt wakker en staat inmiddels op springen:
“Mag ik nu de Lego, mag ik NU de Lego?!”
Ik ben zelf onderhand ook wel nieuwsgierig. En dus wordt papa naar de garage gestuurd. Hij komt terug met een enorme doos. Ik trek grote ogen. Zoonlief zo mogelijk nog grotere.
“Er is nog meer, hoor,” lacht papa.

De ene na de andere doos komt tevoorschijn. Het is net Sinterklaas, Kerst en zoonliefs verjaardag ineen. En dat van meerdere jaren tegelijk.

Ik had het kunnen weten natuurlijk. Lego-vriendin heeft drie jongens.

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag