Een piraat is er niets bij

“Ik wil niet naar de piraten,” fluistert mijn zoon (6) met een verontruste blik in zijn ogen.

We zijn een weekendje met vrienden naar Zeeland. Lekker uitwaaien aan de kust, heerlijk. Warm ingepakt met handschoenen, muts en sjaal is het goed toeven buiten. Onze kinderen vermaken zich uitstekend op het strand: ze zoeken naar schatten. Mijn zoon hoopt een prachtige parel te vinden in een schelp. Zijn vriendje een heuse piratenschat met zijn metaaldetector. Zalig om ze zo te zien genieten.

Helaas, de jongens hebben geen schat gevonden. Maar we kunnen ze wél een leuk alternatief bieden: een uitstapje naar het Arsenaal in Vlissingen. Hier kunnen ze niet alleen op piratenavontuur gaan, maar ook de mooiste vissen bewonderen in verschillende aquariums. Er mogen zelfs roggen worden geaaid! Die vissen, dat ziet zoonlief helemaal zitten. Hij is dol op dieren. Maar die piraten, die kunnen hem gestolen worden. Hij vindt het vooruitzicht – al dan niet echte – piraten te zien een beetje eng. Ik stel hem gerust. We kunnen ook alleen de vissen gaan bekijken als hij dat wil.

Dus togen we gezellig naar Vlissingen. Gelukkig komen we eerst langs de aquariums. Het piratenthema begint pas op de volgende verdieping. De jongens kijken hun ogen uit naar diverse tropische vissen, roggen, krabben en wat al niet meer. Mijn zoon is vooral gecharmeerd van een jonge zeekat, een soort inktvis, die hem door het glas lijkt aan te staren. Ook het aaien van de roggen valt in de smaak. En niet te vergeten het voedermoment van de vissen met uitleg door de dierenverzorger.

Maar dan is het toch tijd om verder te gaan. Op naar de volgende verdieping. En ja, daar staat in een grote vitrine een wassen beeld van kapitein Zwartbaard. En nog wat andere piratenpoppen. Mijn zoon wringt zenuwachtig in zijn handen en blijft dicht bij me in de buurt. De zaal waar een piratenfilm wordt vertoond, verlaten we al na 2 seconden. De muziek staat hard en beangstigt hem. Gelukkig staan er ook vitrinekasten met kanonskogels, een zwaard, een piratenschat en andere bezienswaardigheden die hem wel kunnen bekoren.

We eindigen ons bezoek bij de piratenspeeltuin. Zolang we niet aan een tafeltje vlak bij een piratenbeeld gaan zitten, is het goed. Zoonlief kan weer ontspannen. Als ze zich in de klimrekken en op de glijbanen hebben uitgeleefd, mogen ze een knuffeltje uit het winkeltje kiezen. Beide jongens willen heel graag zowel het blauwe als het rode papegaaitje. Maar ze moeten kiezen. Een zo’n pluche kost al twaalf en een halve euro, dat is meer dan genoeg. Ze zetten hun grootste lieve puppyogen op en hun alsjeblieeeeeft klinkt heel aandoenlijk, maar we houden voet bij stuk. Wij hebben tenslotte ook geen piratenschat gevonden. Uiteindelijk kiest zoonlief de rode papegaai en zijn vriendje de blauwe.

De volgende ochtend is mijn kleine schat al vroeg wakker. Hij mag nog even bij me liggen om de anderen niet wakker te maken. “Mama, ik wil nog eens naar de piraten,” deelt hij ineens mee. Ik val bijna van mijn stoel, ware het niet dat ik in bed lig. Nog voor ik van mijn verbazing ben bekomen, vervolgt hij: “Dan kies ik dan het blauwe papegaaitje.”

Ware liefde

Mij zou het niet gebeuren. Ik had me grondig ingelezen in alles wat met baby’s te maken heeft en de allerbelangrijkste tip goed in mijn oren geknoopt: zorg dat je meteen een reserveknuffel voor je kind koopt!

Dus terwijl mijn kleine jongen nog lekker in mijn buik rondzwom, gingen echtgenoot en ik samen op zoek naar de perfecte knuffel in tweevoud. Nu is natuurlijk niet elke knuffel geschikt voor een pasgeboren baby dus dat beperkte de keuze al enigszins. Maar voor zoiets belangrijks ga je ook niet over één nacht ijs. Na het nodige wikken en wegen kozen we voor een knuffeldoekje met konijnenkopje. Lekker zacht en knuffelig én 100% babyproof. Ik zag het al helemaal voor me: zijn schattige kleine knuistjes stevig rond het ultrazachte knuffeltje gevouwen. Het lapje liefdevol tegen zijn wangetje gedrukt. Smelt, smelt.

Even overwoog ik zelfs om er drie van te kopen. Want het leek me zó dramatisch voor mijn kind als hij zonder zijn allerliefste knuffeltje door het leven zou moeten. Maar aangezien die knuffeldoekdiertjes al wel genoeg kosten, hielden we het toch maar bij twee. We hebben nu eenmaal geen geldboompje in de tuin en een babyuitzet is sowieso al niet goedkoop.

En toen was hij daar, mijn allerliefste schatje van de wereld: onze zoon Daniël. Zo klein als hij was, maakte hij al meteen duidelijk dat hij een sterke eigen wil heeft: hij moest niets van het knuffeldoekje hebben. Hij gunde het konijnenkopje nog geen blik waardig. Ook de andere knuffels die hij van kraambezoek kreeg, interesseerden hem maar matig. Tja…

Maar toen gebeurde het. Daniël was amper één jaar oud. Hij kreeg de autospiegelknuffel te pakken – bedoeld om je kind in zijn achterwaarts gerichte autostoel in de gaten te kunnen houden. Geen idee hoe hij het voor elkaar heeft gekregen, maar ineens had hij de spiegel (van plastic gelukkig) in zijn ene handje en de knuffel – bijna zo groot als hijzelf – in zijn andere handje.

Het was liefde op het eerste gezicht. Zonder spiegel was de autospiegelknuffel gewoon een … knuffel. Een egel in dit geval. Daniël kon nog niet veel zeggen en zei er ‘Haha’ tegen. En bleef dit zeggen. Dus werd de egel ‘Haha’ gedoopt. Grappig detail: later, toen hij de ‘g’ kon uitspreken, noemde hij Haha altijd ‘Haga’ als hij moest huilen. Enkel en alleen dan. Alsof hij Haha een minder gepaste naam vond in tijden van verdriet. Haha!

Egeltje Haha is inmiddels al zes jaar Daniëls steun en toeverlaat. Hij ging mee naar de crèche en later ook naar de kleuterschool. En uiteraard ’s avonds mee in bed. Daniël heeft nooit een speentje gewild – en geloof me, ik heb ze in alle vormen en maten aangeboden – en nooit op zijn duim gezogen. Iets UIT zijn duim zuigen, kan hij daarentegen prima nu hij zes is, maar dat terzijde.
Hij had genoeg aan egeltjes neus. Haha heeft dan ook al jaren geen neus meer. Volledig weggevreten. Haha’s buik is ontsierd door grote hechtingen. Zijn kleuren zijn hier en daar behoorlijk flets geworden. Maar de liefde is er niet minder om. Integendeel. Al heeft hij inmiddels een heel knuffelimperium, Haha is en blijft zijn grote liefde. Ware liefde is voor altijd.

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag