
Echtgenoot en ik hadden ooit het geniale idee om zoonlief dit visspel als zomervakantiecadeau te geven.
Of ik dit sarcastisch bedoel? Nou, laat ik het zo zeggen: er zit maar één knop op. Aan/uit.
Je kunt het spel niet spelen zonder geluid – de term ‘muziek’ zou ik hier niet willen gebruiken. Maar het ergste is nog dat je het volume niet kunt regelen. De standaardinstelling is LUID.
Zoonlief vond het uiteraard een geweldig cadeau. Zodra hij wakker werd, zette hij het visspel aan. Om 7 uur ’s morgens dus.
De. Hele. Zomer. Lang.
Natuurlijk vonden wij dat niet altijd goed, zo ’s morgens vroeg al die herrie aan ons – en zijn – hoofd. Maar ook al moest het onding voorlopig weer uit, het kwaad was al geschied. Het is een deuntje van niets, maar juist dat blijft de hele dag in je hoofd zitten. Ik stond ermee op en ik ging ermee naar bed. Letterlijk en figuurlijk. Om gek van te worden.
Het spel had nog geen tien euro gekost. Wat een koopje! hoor ik mezelf nog denken in de speelgoedwinkel. Maar inmiddels was me dus wel duidelijk waarom.
Wat was ik dan ook opgelucht toen zoonlief zijn interesse voor het herrieproducerende spel begon te verliezen. Het zou kunnen dat we hem destijds min of meer bewust ander speelgoed onder de aandacht hebben gebracht. Ik kan het me niet meer herinneren (verdrongen?). Maar ik kan het me wel héél levendig inbeelden.
Nu zijn we een paar jaar later. Ik ben in de keuken bezig als ik tot mijn grote schrik ineens dat vervelende schreeuwmuziekje uit de woonkamer hoor klinken. Het is net alsof ik een oude nachtmerrie herbeleef. “Nee hè, niet wéér,” mompel ik binnensmonds.
Met frisse tegenzin kijk ik om het hoekje. Zoonlief ziet me en reikt me enthousiast een vishengeltje aan. Ik adem eens diep in en uit en ga bij hem zitten. Voor je kind doe je alles, toch?
La la la la la la, tra la la la la la la la.
Zucht. Hadden we nu maar het geniale idee gehad om het onding bij de kringloopwinkel te droppen.
