In de put

Het was misschien wel een van mijn leukste vakanties ooit:
ons weekje all-in bij mijn moeder in Friesland. Om te beginnen was het ontzettend fijn om mijn mama na vier maanden eindelijk weer in levende lijve terug te zien. Door de cononapandemie mochten we een tijdlang de grens niet over en beperkte ons contact zich noodgedwongen tot (video)bellen.

Maar eerlijk is eerlijk: het was gewoon ook ongelofelijk lekker om eens niets, maar dan ook helemaal niets te hoeven doen. Geen was, niet koken, stofzuigen, dweilen en weet ik wat nog allemaal. Alleen maar genieten van elkaars gezelschap en van leuke coronaproof uitstapjes in de omgeving. Ik verzucht weleens dat manlief zich, zodra hij thuis over de drempel stapt, op de uit-stand zet en lekker laat verzorgen. Maar eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat ik precies hetzelfde doe vanaf het moment dat ik voet in mijn moeders huis zet. Zalig om me weer even terug in mijn kindertijd te wanen en me heerlijk te laten verzorgen.

Ook onze 7-jarige zoon geniet met volle teugen van het weekje bij oma. Hij kijkt zijn ogen uit in de plaatselijke dierentuin Aquazoo Leeuwarden. Waar hij bovendien nog een miniversie van zijn grote pinguïnknuffel in het winkeltje scoort. Beoordeelt als een ware deskundige in het Fries Scheepvaart Museum alle voorwerpen op echt of nep. En kan als archeoloog in spe zijn hart ophalen in Dinoland Zwolle.

Op een avond moet zoonlief dringend een plasje doen. Maar o jee, papa zit op de wc. Dat kan dus nog wel even duren.
“Plas dan maar in het doucheputje,” zegt oma tegen hem. Zoonlief kijkt haar verbaasd aan en stormt dan uitgelaten de trap op. Dat hoef je hem geen twee keer te zeggen. Daarna mag hij nog even tv kijken – oma heeft Netflix! – en dan is het bedtijd.

De volgende ochtend zit ik al vroeg aan het ontbijt. Typisch. Dan hoef je eens geen wekker te zetten en ben je als eerste wakker. Iets later komen ook manlief en oma naar beneden. De Friese buitenlucht doet zoonlief precies goed, hij slaapt als een marmot. Tot ik op een gegeven moment gestommel hoor. En iets wat op geklater lijkt.

De deur gaat open en zoonlief steekt vrolijk zijn hoofd om het hoekje. Heel even vraag ik me af waarom hij zo’n triomfantelijke grijns op zijn gezicht heeft. Maar dan begrijp ik het. En ja, hoor. Hij bevestigt mijn vermoeden. Zodra hij wakker werd, is hij naar de badkamer gelopen. Om in het doucheputje te plassen.

Een heuse ijsbeer en vertederende pinguïns, een schip van Lego, een mega T-Rex … heel leuk allemaal. Maar wat hem vooral zal bijblijven van deze vakantie staat als een paal boven water: het doucheputje van oma.

Mooi nep is niet lelijk

“Nep!” klinkt het naast me. “Ook nep.” En even later: “Deze is wel echt.”

We zijn met zijn drietjes in het Fries Scheepvaart Museum in Sneek. Dit leek ons wel een leuk uitje nu het weer zo herfstachtig aan doet. En zo krijgt zoonlief ook nog een beetje cultuur mee tijdens onze week vakantie bij mijn moeder in Friesland.

De expositie begint meteen met een knaller van formaat: een schip gemaakt van Lego. Uiteraard wordt dit museumstuk met de nodige toewijding bekeken door onze legofan. Daarna lopen we verder. Helaas is het Kindermuseum, een speciale zaal waar de kids allerlei leuke activiteiten kunnen doen, wegens corona gesloten. Het is dan ook best wel even spannend of zoonlief de rest van het museum niet te saai zal vinden. Maar dat blijkt al snel niet het geval te zijn. Hij ontpopt zich spontaan tot een ware kunstkenner. Als een ervaren taxateur loopt hij rond en meldt hij of een voorwerp echt of nep is. Een goed geconserveerd schilderij uit 1826: nep. Een recente afbeelding in slechtere staat: echt. Modelbootjes, wandborden, tegeltjes, een roer. Hij onderwerpt alles aan een grondige inspectie. Hilarisch om te zien.

We eindigen ons bezoek in de zilverkamer. Aan weerszijden van de kleine ruimte staan hoge vitrinekasten vol blinkend zilverwerk. Zoonlief kijkt eens naar links. Hij kijkt eens naar rechts. En spreidt dan zijn armen wijd open: “Nep. Allemaal nep.”

Ik leg hem uit dat het toch echt van zilver is gemaakt. En niet van bijvoorbeeld plastic. Dan zou het nep zijn. Maar nee, hoor. Omdat alle voorwerpen er spic en span uitzien, is hij er zeker van dat het allemaal nep is. Ik kan hem niet overtuigen. Hij is de expert.

Net voor we de zaal met zilveren voorwerpen verlaten, komen we langs een grote omlijste spiegel die boven een ouderwetse schouw hangt te pronken. Ik kijk in de spiegel en vraag mijn zoon: “En die mevrouw daar?” Hij werpt een korte blik op mijn spiegelbeeld en zegt heel gedecideerd: “Nep.”

Nou, moe. Van je kind moet je het hebben.
Maar net voor ik quasi beledigd reageer, bedenk ik me ineens: als strak en blinkend zijn criteria voor nep zijn, is het eigenlijk een compliment! Ik glimlach naar mijn spiegelbeeld en stel tevreden vast: mooi nep is niet lelijk.

Ik kan geen kip meer zeggen

Nooit gedacht dat het zo leuk zou zijn: kippen voeren. Zo zie je maar weer hoe ontzettend veel je nog van je kind kan leren.

Onze achterburen hebben een stuk of vijftien kippen. Die naar hartenlust in het aan onze tuin grenzende veldje met bomen mogen rondscharrelen. Het is een mooie mix van zwarte, zwart-wit gespikkelde en één bruine kip.

Tot een paar weken geleden gunde zoonlief ze nauwelijks een blik waardig. Wat nu precies de omslag heeft veroorzaakt, weet ik niet. Maar hij is nu stapelgek op ze. Het is kip voor en kip na. Als hij uit school komt, gaat hij eerst naar de kippen toe om ze een broodje te voeren. Nog vóór hij zelf iets gegeten en gedronken heeft. Zodra ze hem zien aankomen, rennen ze als een gek naar hem toe. Nou, de uitdrukking er als de kippen bij zijn, komt niet uit de lucht vallen, dat kan ik je wel vertellen. Nooit geweten dat die beestjes zo snel zijn.

Wat ook heel leuk is om te zien, is dat ze verschillende karakters hebben. Er zijn de haantjes-de-voorste. Er is een verlegen kip die liever wat op afstand blijft. En dan zijn er nog de kippen die altijd bereid zijn om een ander te pikken als hun dat een extra stukje brood kan opleveren.
Wel een beetje vergelijkbaar met mensen dus.

Maar het allermooiste dat mijn zoontje heeft opgemerkt, is de vriendschap tussen de bruine kip en een van de zwart-wit gespikkelde kippen. De twee lijken onafscheidelijk. Waar de een gaat, gaat ook de ander. Prachtig om te zien.

Tot slot is er nog een zwarte kip die altijd naar zoonlief lijkt uit te kijken. Hij zit standaard aan het gaas naar onze tuin te loeren. En vast niet omdat het gras bij zijn buren groener is. Dat is hier namelijk zo dor als wat. Het is net alsof hij op zijn mensenvriendje zit te wachten. Zo schattig! Om kippenvel van te krijgen.

En nu ben ik dus ook al betoverd door die leuke pluimenbolletjes. Als mijn zoontje ze gaat voeren, doe ik vrolijk met hem mee. Genieten van de kleine dingen des levens, dat is het.

Over de geneugten des levens gesproken. Zojuist aten we frietjes. Met, zoals altijd, een lekkere snack erbij. Gezellig buiten met het uitzicht op de kipjes.
Toen zoonlief zijn worst op had, wilde hij nog meer. Ik had al zoveel gegeten, dat ik geen kip meer kon zeggen. Dus vroeg ik hem of hij een stukje van mijn kipstick wilde. Zijn ogen werden zo groot als schoteltjes. Hij keek van mijn kippensnack naar zijn gevederde vriendjes achter het gaas. En daarna naar mij. Met een blik die het midden hield tussen ongeloof en afschuw.
Het zal je vast niet verbazen dat ik geen hap meer door mijn keel kreeg.

Zo stom van me, hoe kon ik dat nu zeggen?! Maar eigenlijk weet ik het antwoord wel. Als ik moe ben, kan ik echt als een kip zonder kop van alles uitkramen. Dan praat ik eerst en pas daarna denk ik na. Geen handige volgorde. Ik denk dat ik vanavond maar met de kippen op stok ga. Als ze me nog willen hebben tenminste.    

Groente voor de oren

Wortels zijn goed voor de ogen. Kan iemand me alsjeblieft vertellen welke groente goed is voor de oren? postte ik een paar dagen geleden ietwat wanhopig op mijn Instagram-account.
De reden daarvoor: ik word er helemaal krankjorum van dat mijn zoontje nooit komt als ik hem roep.

Nu weet ik best dat hij geen hond is. Maar als ik het eten op tafel heb staan en hem al drie keer tevergeefs geroepen heb, mag ik toch op zijn minst een ietsepietsie geïrriteerd raken.
Ik heb al eens overwogen om dan maar gewoon in mijn eentje te beginnen met eten. Dat hij het dan wel zal merken als zijn eten koud is geworden. Of nog een stapje verder: dat er geen eten meer voor hem is als hij eindelijk komt opdraven. De hond in de pot vinden, heet dat dan.

Maar dat vind ik niet gezellig. Ik wil met zijn allen aan tafel. Of toch minstens met mijn zoon. Want doordeweeks komt papa laat uit zijn werk en eet hij niet mee. En uiteindelijk moet een kind toch ook gewoon luisteren naar zijn ouders. Vandaar dus die oproep. Want zoonliefs oren lijken niet zo goed te werken.

Maar nu komt het. Ik heb het gevonden!
Er blijkt dus echt een groente te bestaan waardoor mijn zoon ineens wél luistert. De wonderen zijn de wereld nog niet uit.

Goed, ik zal jullie niet langer in spanning houden. Want een groente waardoor je kind beter gaat luisteren, daar hebben alle papa’s en mama’s natuurlijk wel oren naar.
De wonderbaarlijke groente is … watermeloen! Ja, je hoort het goed, watermeloen. Die grote groene bol met vanbinnen heerlijk sappig, rood vruchtvlees.

Mijn ontdekking was eigenlijk puur toeval. We waren vanmiddag met ons gezinnetje een eindje gaan fietsen. Bij thuiskomst mocht zoonlief even tv kijken met wat chips. Ondertussen sneed ik in de keuken een perfect rijpe watermeloen in grote schijven en legde die op een bord. Met de mededeling dat wie er ook zin in had, maar buiten moest komen, liep ik de tuin in. Ik had ze nog maar net op de buitentafel gezet, toen mijn zoontje de tuin in kwam gevlogen. Om vervolgens gretig zijn tanden in een stuk watermeloen te zetten. Had ik al gezegd dat hij tv zat te kijken? Met chips?

Mijn echtgenoot en ik zaten er met open mond naar te kijken.
“Kijk eens aan, hebben we toch nog een groente gevonden waardoor hij luistert,” zei ik lachend.
“O, o,” klonk het naast me. Ik keek mijn zoontje vragend aan.
Hij legde plechtig zijn stuk watermeloen neer en zei:
“Tja, als ik door die meloen ga luisteren, wil ik hem niet meer opeten.”

Kan iemand me vertellen welke groente helpt tegen bijdehand zijn?

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag