Bol punt com je nog?

Het zou míj niet gebeuren, hoor. Ik zou me later niet gek laten maken door uitspraken van mijn kinderen als: “Maar mama, álle kindjes uit de klas hebben er een.”
Gsm, dure merkkleding, … vul maar in. Voor je het weet is het tegen elkaar opbieden bij de klippen op. Ik wilde daar niet aan meedoen.

Leuk in theorie, mijn voornemen. Maar toen kwam de praktijk.
Daniël zat afgelopen woensdag met een sip gezicht aan zijn ontbijt. Hij is niet zo’n prater, maar toen ik doorvroeg kwam het hoge woord eruit: hij mocht al een tijdje niet meer meespelen in de pauze. Pokémon is uit, de nieuwste rage op het schoolplein is nu de Beyblade. Die bestond al langer, maar deze wordt – hoe zou het ook anders – regelmatig in een nieuw jasje gestoken. Kassa!

Zoonlief heeft wel andere tollen, zoals een Ninjago spinner, maar die zijn ‘fake’, aldus de andere kinderen. Alleen als hij een échte Beyblade heeft, mag hij meedoen aan de tolgevechten. Anders moet hij zich tevredenstellen met toekijken.

Nu waren wij al van plan om hem een Beyblade voor zijn herfstrapport te geven. Maar dat is hier pas over twee weken. Ik zie de verdrietige blik in zijn ogen en vergeet op slag mijn oude voornemens. Hij krijgt een Beyblade en wel nú.

We hebben niet veel tijd meer over voor we naar school moeten vertrekken, maar ik pak toch snel de laptop erbij en surf naar bol.com. We scrollen samen door de verschillende Beyblades die er te koop zijn tot zoonlief de tol van zijn keuze ziet.

Na nog eenmaal gecheckt te hebben of hij het zeker weet, slinger ik het ding in het virtuele winkelkarretje. Hup, snel bestellen, dan kunnen we vertrekken.

Er verschijnt een bericht dat ze met de bestelling aan de slag gaan.
“Morgen, donderdag, zal hij geleverd worden,” vertel ik hem.
“Ik denk dat hij vandaag al komt, hoor,” antwoordt hij zelfverzekerd.
Ik zeg hem dat er toch echt donderdag staat.
Maar hij ziet het al helemaal voor zich: “Er staat dat ze ermee aan de slag gaan. Als ze dan geen pauze nemen, kunnen ze hem vandaag al brengen.”
Ik trek verbaasd mijn wenkbrauwen op. Hij heeft een gloeiende hekel aan lezen, maar dat heeft hij dan toch wel gezien, ‘dat ze ermee bezig gaan’.
Dan moet ik lachen om zijn idee dat ze maar geen pauze moeten nemen. Mooie baas zou hij zijn, die zoon van mij!

Onderweg naar school moet ik hem er nog meermaals aan herinneren dat er donderdag als leverdatum stond aangegeven. Dat het echt niet zal lukken om vandaag al te bezorgen, zelfs niet als ze bij bol.com geen pauze nemen. Kwestie van teleurstelling te voorkomen.

Gelukkig is het woensdag en hebben ze maar één korte pauze op school waarin hij nog niet zal kunnen meespelen. Dat scheelt.

Dan is het zover: de dag van de levering breekt aan. Daniël vraagt onophoudelijk wanneer ze zijn Beyblade komen brengen en wil zelfs niet naar school tot zijn tol er is. Dat is natuurlijk niet de bedoeling. Ik spreek met hem af dat ik zijn cadeautje aan de schoolpoort zal komen brengen als deze ’s ochtends wordt bezorgd. Maar druk hem ook op het hart dat hij er niet op moet rekenen en gewoon moet gaan spelen.

De hele ochtend ben ik gespitst op de deurbel. Maar helaas, geen pakketje. Ik denk aan mijn zoon die vast teleurgesteld zal zijn als ik in de middagpauze niet aan de schoolpoort verschijn. Kom aan, bol.com, waar blijf je toch?
Maar het blijft akelig stil. Zelfs als het alweer tijd is om mijn zoon te gaan halen, is er nog geen pakketje te bespeuren.

Wat ik al vreesde: zoonlief heeft de hele pauze op de uitkijk gestaan om te zien of ik zijn Beyblade kwam brengen. Ik kan mezelf wel voor mijn hoofd slaan. Had ik dat nu maar niet voorgesteld. Arme schat. En dan moet ik hem ook nog vertellen dat er nog steeds geen pakketje is.

Als we thuis zijn, wil hij de hele tijd voor het raam zitten om te kijken wanneer het bekende bestelbusje de straat inrijdt. Als ik hem voorzichtig vertel dat dat nog wel een paar uur kan duren, moet hij huilen. Mijn hart breekt een beetje. Ik weet dat het maar een stuk speelgoed is, maar voor hem is het op dit moment veel meer dan dat.

Ik sla mijn armen om hem heen in een poging hem te troosten. Ondertussen kijkt papa op de website naar de bestelgegevens. En dan volgt de volgende teleurstelling: een bericht dat de Beyblade pas een dag later zal worden bezorgd.

Nu met de coronacrisis wordt er natuurlijk veel meer online geshopt, dus ik begrijp het op zich wel. Maar voor onze lieve jongen is het wel een dikke vette tegenvaller.

En het houdt niet op. Natuurlijk vraagt hij mij of ik naar school kom in de pauze als het pakketje al in de ochtend wordt geleverd. Ik probeer hem er nogmaals van te overtuigen dat de kans groter is dat ze ’s middags komen. Maar ik zie de hoop in zijn ogen glooien.

Je voelt ‘m misschien al aankomen: de Beyblade werd pas in de middag gebracht. Maar ik laat me niet uit het veld slaan. Als het tijd is om mijn zoon uit school te halen, doe ik het doosje open en steek de blade in mijn handtas. Dan kan hij hem tenminste al zien en wie weet, nog net aan een paar vriendjes uit de klas tonen voordat die naar huis vertrekken.

Als ik aan de schoolpoort sta en hem zie aankomen, zet ik mijn meest enthousiaste gezicht op. Ik trek het ding uit mijn tas … en snijd me aan de verpakking. Ik ruk snel het plastic eraf en geef de tol door de spijlen aan mijn opgewonden op en neer wippende zoon. Terwijl hij dolgelukkig zijn blade aan zijn kameraadjes laat zien, zoek ik naar een pleister. De enige die ik nog in mijn handtas vind, is er een van Star Wars. Ach, wat maakt het uit. Een pleister is een pleister.

Als ik mijn vinger heb verzorgd, kijk ik op. Ik zie het glunderende gezicht van mijn allerliefste schatje en glimlach. Het heeft dan wel letterlijk bloed, zweet en tranen gekost, maar dat was het meer dan waard. Zie hem eens met zijn nieuwe Beyblade. Zijn hoofd tolt van geluk.

PS Het hele weekend lang vroeg hij: “Wanneer mag ik weer naar school? Ik wil bladen met mijn vriendjes.”

Geniaal idee

Echtgenoot en ik hadden ooit het geniale idee om zoonlief dit visspel als zomervakantiecadeau te geven.

Of ik dit sarcastisch bedoel? Nou, laat ik het zo zeggen: er zit maar één knop op. Aan/uit.
Je kunt het spel niet spelen zonder geluid – de term ‘muziek’ zou ik hier niet willen gebruiken. Maar het ergste is nog dat je het volume niet kunt regelen. De standaardinstelling is LUID.

Zoonlief vond het uiteraard een geweldig cadeau. Zodra hij wakker werd, zette hij het visspel aan. Om 7 uur ’s morgens dus.
De. Hele. Zomer. Lang.

Natuurlijk vonden wij dat niet altijd goed, zo ’s morgens vroeg al die herrie aan ons – en zijn – hoofd. Maar ook al moest het onding voorlopig weer uit, het kwaad was al geschied. Het is een deuntje van niets, maar juist dat blijft de hele dag in je hoofd zitten. Ik stond ermee op en ik ging ermee naar bed. Letterlijk en figuurlijk. Om gek van te worden.

Het spel had nog geen tien euro gekost. Wat een koopje! hoor ik mezelf nog denken in de speelgoedwinkel. Maar inmiddels was me dus wel duidelijk waarom.

Wat was ik dan ook opgelucht toen zoonlief zijn interesse voor het herrieproducerende spel begon te verliezen. Het zou kunnen dat we hem destijds min of meer bewust ander speelgoed onder de aandacht hebben gebracht. Ik kan het me niet meer herinneren (verdrongen?). Maar ik kan het me wel héél levendig inbeelden.

Nu zijn we een paar jaar later. Ik ben in de keuken bezig als ik tot mijn grote schrik ineens dat vervelende schreeuwmuziekje uit de woonkamer hoor klinken. Het is net alsof ik een oude nachtmerrie herbeleef. “Nee hè, niet wéér,” mompel ik binnensmonds.

Met frisse tegenzin kijk ik om het hoekje. Zoonlief ziet me en reikt me enthousiast een vishengeltje aan. Ik adem eens diep in en uit en ga bij hem zitten. Voor je kind doe je alles, toch?
La la la la la la, tra la la la la la la la.

Zucht. Hadden we nu maar het geniale idee gehad om het onding bij de kringloopwinkel te droppen.  

Scharreliewarrelies

Hoe koop je een kip? vroeg ik me af. We hadden nu wel een gezellig kippenhok, een redelijk groot afgebakend stuk tuin, alle eet- en drinkbenodigdheden én comfortabele bodembedekking, maar er ontbrak nog één ding: de kippen zelf.

Voor zover ik weet, bestaat er geen kippenwinkel waar je naar believen een paar – levende! – kippen uit de winkelrekken kunt plukken. Navraag leerde dat we ze telefonisch konden bestellen bij de plaatselijke winkel voor tuin, dier en bakplezier (voor de ongeruste lezer: dat laatste slaat op bakproducten, je moet het los van de dieren zien).

Zo gezegd, zo gedaan. Ik kreeg een vriendelijke mevrouw aan de telefoon die me vroeg welk kippenras en welke kleur ik had gewenst. We gingen voor Cochin krielkippen vanwege hun rustige, kindvriendelijke karakter. Nadat ik me ervan had vergewist dat het echt niet uitmaakte welke kleur ik zou kiezen (ik wilde niet dat zusjes omwille van hun kleur uiteen zouden worden gehaald), koos ik dan maar voor een bruine, een witte en een gespikkelde. Zou zoonlief vast wel leuk vinden, zo’n bonte verzameling kippen.

Liefde op het eerste gezicht

Een kleine twee weken later was het zover. Op een woensdagmiddag mochten we onze kipjes gaan halen. Wel zo fijn voor zoonlief, want die wilde natuurlijk maar wat graag mee.

We moesten ons bij de kassa van de winkel melden, waar we na betaling onze gevederde vriendjes in ontvangst mochten nemen. We stonden alle drie te stuiteren van opwinding toen een medewerkster met een grote doos kwam aanlopen. Nadat ze de doos voorzichtig op de grond had gezet, liet ze ons er een blik in werpen.

Brandend van nieuwsgierigheid staken we onze hoofden bij elkaar om ze te kunnen zien. Daar zaten ze dan. Drie superschattige pluizenbolletjes dicht tegen elkaar aangekropen van angst. Voor ons was het liefde op het eerste gezicht. Zelfs papa die er eerst niks van wilde weten (omdat het hebben van dieren extra werk met zich meebrengt), keek uiterst vertederd naar de drie kipjes. Er zat trouwens nog een verrassing bij: aan de telefoon werd mij verteld dat de kuikens vier maanden oud zouden zijn. Maar nu bleek er een kleintje bij te zitten die nog een stuk jonger was. En in plaats van een gespikkelde, kregen we een prachtig parelgrijs kipje.

Heel voorzichtig reden we met onze kostbare lading naar huis. Toen kwam het spannendste onderdeel: de kippen uit de doos halen. Ik ben nogal een held op sokken, maar met handschoenen aan durfde papa deze taak gelukkig wel op zich te nemen. Die handschoenen bleken overigens geen overbodige luxe. Uit verdediging of van angst werd er meermaals in gepikt.

Toen manlief de kipjes voorzichtig in hun nieuwe onderkomen had gezet, lieten we ze eerst een tijdje met rust zodat ze konden bijkomen en aan hun nieuwe omgeving konden wennen.

Later op de dag mocht zoonlief zijn gevederde vriendjes een verlaat ontbijt op bed gaan brengen. Nou, daar hadden de dames wel zin in. En de glimlach van oor tot oor van zoonlief spreekt ook wel boekdelen, denk ik.

Het eerste contact was gelegd.

Haantje de voorste

Inmiddels zijn we bijna twee weken verder en is het alsof Bruintje, Grijsje en Witje – hoe kom je erop – hier altijd al zijn geweest. We zijn alle drie dol op ze! Het is ontzettend grappig om te zien hoe verschillend ze zijn. Ons dappere kleine Witje is een echt haantje de voorste. Ze was dan ook de eerste die het kippenhok durfde uit te komen. Bruintje is altijd op haar hoede en werpt zich duidelijk op als beschermvrouwe van het trio. Grijsje, ten slotte, is de rustigste van het stel.

Eerlijk gezegd heb ik nog nooit zo graag in de keuken gestaan als nu. Het uitzicht op onze scharrelende kippen – ik noem ze liefkozend scharreliewarrelies – maakt elke afwas goed. Zo leuk om te observeren wat ze aan het doen zijn! Soms maken ze gekke sprongen in de lucht om een vliegend insect te vangen. Op andere momenten zitten ze heel gezusterlijk naast elkaar in een hoekje om te rusten en zich te wassen. Want kippen zijn heel schone dieren, zoveel heb ik al geleerd.

Zonder zeuren naar bed

En wat ook zo zalig is: ze gaan uit zichzelf op stok. Nog voor het echt schemerdonker is, gaan de dames zonder mopperen – je hoeft het ze zelfs niet te vrágen – het trapje op en hun nachthok in. Iets daarna komen wij het deurtje dichtschuiven zodat ze veilig en warm zitten. We kunnen het niet laten om altijd nog even door een kiertje te loeren om te zien of alles goed met ze gaat. Echt, je kunt je niet voorstellen hoe ontzettend schattig dat eruitziet, die drie fluffy bolletjes in hun hokje. De dames zitten gezellig bij elkaar en maken een zacht geluidje als we naar ze kijken. Snel doen we het deurtje weer toe en laten ze lekker slapen.

Daarna is het tijd om mijn eigen kuiken in bed te stoppen. Dat heeft iets meer voeten in de aarde. Pyjama aan, tanden poetsen (soms een hele uitdaging), voorlezen en niet te vergeten een hele reeks hoe-kan-ik-mijn-bedtijd-nog-wat-rekken-perikelen. Variërend van “Ik heb nog dorst” tot “Ik moet weer plassen.” En dan natuurlijk nog allerhande belangrijke levensvragen die niet tot morgen kunnen wachten: “Mama, is mijn bed van atomen gemaakt?” bijvoorbeeld.

Als ook zoonlief slaapt, gaat deze moederkloek tevreden naar beneden. Nog even wat me-time met een goed boek of gezellig met manlief voor de buis hangen. Om niet veel later mijn eigen nest op te zoeken. Ik moet tenslotte de volgende dag zelf ook weer vroeg uit de veren.

Hij ziet er geen graten in

Het is dat ze vissticks heten. Verder is er weinig vis te herkennen aan de strakke rechthoeken in hun al even keurige krokante jasje. Dat is waarschijnlijk ook meteen de reden waarom het de enige vis is die zoonlief wil eten. Met een moot zalm, een lekker stuk kabeljauw of andere herkenbare vissen hoef je bij hem niet aan te komen. Die lust hij bij voorbaat niet.

Tot nu.

Nu vraagt hij bijna dagelijks om vis. En nee, niet als huisdier. Maar om op te eten. Echt waar. Hij smeekt zelfs om een extra stuk. Hoe dat zo gekomen is?  

Het begon allemaal op de dag dat ik niet ‘vissticks’, maar kortweg ‘vis’ op het boodschappenlijstje schreef. Mijn echtgenoot kwam tot mijn grote verrassing met slibtongetjes thuis. Ik maakte er gekookte aardappels en worteltjes bij. En ging er al vanuit dat zoonlief een keertje vegetarisch zou eten. Natuurlijk legde ik wel een stukje vis op zijn bord, je weet tenslotte maar nooit.

Net op het moment dat hij er een afkeurende blik op wierp, sprak papa de legendarische woorden:
“Eerst goed kauwen op de vis om te voelen of er geen graten in zitten. Want dan kun je doodgaan.”

“Nou ja zeg, wie zegt er nu zoiets,” schoot ik uit mijn slof. “Nu wil hij zéker nooit vis eten.”
Maar tot mijn grote verbazing vroeg zoonlief geïnteresseerd: “Wat zijn graten?”
Papa begon uit te leggen hoe die eruit zien. En ik vulde hem aan:
“Een beetje zoals botten. Maar dan kleiner.”

Ik zag dat er van alles in dat kleine koppie van hem omging. Je kon de radartjes in zijn hoofd bijna horen draaien en klikken.  
“Net als dinobotten!” riep hij ineens dolenthousiast. Hij begon meteen verwoed van zijn vis te eten. Het ene na het andere stukje verdween verwachtingsvol in zijn mond. Maar tot zijn grote teleurstelling zaten er geen graten in.
“Wanneer eten we nog eens vis, mama?” vroeg hij toen alles op was. En dus zette ik ook ‘vis’ op het volgende boodschappenlijstje.

Dit keer kwam papa met tong thuis. In tegenstelling tot de slibtongetjes was deze niet graatloos. Sterker nog: enkel de kop ontbrak. Verder was het volledige skelet nog aanwezig. Terwijl ik het eten bereidde, riep ik zoonlief dat ik een verrassing voor hem had.
“Pokémonkaartjes?” vroeg hij hoopvol toen hij de keuken binnenkwam.
“Nee, een ander soort verrassing. Kom maar eens in de pan kijken,” antwoordde ik.

Hij boog zich naar voren en glimlachte vervolgens van oor tot oor. Om er daarna als een raket vandoor te gaan. Even later kwam hij met een grote plastic opbergbak aanzetten.
“Hier ga ik hem in bewaren.” Ik schudde snel het beeld van de ergens boven uit die bak gekiepte lading speelgoed van me af en gaf hem een kleiner bakje.

“Hier mag je hem wel eventjes in bewaren, maar niet te lang want dan gaat het stinken,” drukte ik hem op het hart. Maar daar wist meneer natuurlijk wel een oplossing voor. Gewoon het kleine bakje met het skelet in de grote opbergbak zetten. Deksel erop en dan zouden we niets ruiken. “Dan kan ik hem voor altijd en eeuwig bewaren,” besloot hij.

Je zult vast wel begrijpen dat ik daar wél graten in zag.

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag