Stress is een woord

Van sommige woorden krijg ik stress. ‘Ontspullen’ is er zo een. Best lastig nu zo’n beetje elk tijdschrift er de mond vol van heeft. Ook in de boekenwinkel struikel je – hoe ironisch – bijna over de opruimbijbels.

Niet dat ik iets tegen het concept ‘ontspullen’ heb. Integendeel! Ik wil zelf niets liever dan meedoen aan deze opruimtrend. Lijkt me heerlijk, een opgeruimd huis. Maar daar knelt ‘m het schoentje. Of liever gezegd: een kast vol schoentjes – de fase van het schoenenrek zijn we allang gepasseerd. Met een kind in huis is ontspullen onbegonnen werk. Zelfs nu zoonlief 6 jaar is, hoef ik het niet in mijn hoofd te halen om zijn babyspeelgoed weg te doen. Al speelt hij er nooit, maar dan ook NOOIT meer mee: zodra ik voorstel om er iets van weg te geven, wilde hij er zogenaamd nét weer eens mee gaan spelen. Yeah, right.

Iets stiekem wegdoen is ook geen optie. Kinderen hebben daar een zesde zintuig voor:
“Mama, waar is mijn blokkendoosboerderij? Je weet wel, mijn lievelings …”

En er komt steeds meer bij. Ken je het principe 1 ding kopen, 2 dingen wegdoen? Hier is het eerder: géén ding wegdoen, 10 dingen krijgen.
Enig kleinkind langs papa’s kant, je kent dat wel. En jongste jongen van de megafamilie langs mijn kant. Waar ze er op de een of andere manier wél in slagen om speelgoed waar de neefjes te groot voor zijn geworden, via de ondergrondse naar ons door te sluizen.

Ik vrees dat er niets anders op zit dan te wachten tot zoonlief het huis uit is.
Zul je net zien dat ik tegen dan last heb van het legenestsyndroom en ernstig naar kleinkinderen in huis verlang. Ach, dan komt dat babyspeelgoed toch nog van pas.

In hemelsnaam

Het is een druilerige vrijdagochtend. We haasten ons – zoals gewoonlijk – om nog op tijd op school te komen. Terwijl zoonlief zijn schoenen aantrekt, werp ik nog snel een blik op Buienradar. Er komt een flinke regenzone aan. Even sta ik in dubio: gaan we met de auto?
Maar aangezien het nu nog maar wat spettert, pakken we toch de fiets.
Het is tenslotte maar een paar minuutjes fietsen.

Als we achterelkaar door het smalle tuinhekje laveren, zien we het:
er ligt een dode duif op de oprit. Zoonliefs gezicht betrekt. Hij is dol op duiven. Hij noemt ze ‘love you’s’. Geen idee waar hij dat heeft opgepikt, maar het toont wel aan dat hij een zwak voor deze vogels heeft.

Afgelopen zomer had een duif een van onze lindebomen uitgekozen om haar nest in te bouwen. Ze vloog op en af met zorgvuldig uitgekozen takjes. Voor zoonlief was het als een droom die uitkwam. Een duivennestje bij ons in de tuin! Hij fantaseerde dat er een eitje uit het nest zou vallen waar hij zich vervolgens om zou bekommeren. Het babyduifje dat uit het ei zou kruipen, zou hij ‘love you dove you’ noemen.
Zijn Engels ging er in elk geval met sprongen op vooruit.

Terug naar het duifje op de oprit.
“Het duifje is nu in de hemel,” zeg ik tegen mijn zoon.
Meteen kijkt hij naar de lucht en zwaait: “Hallo, love you!”
Hij werpt nog een laatste blik op het onfortuinlijke diertje op de grond en dan fietsen we verder. Het waait flink maar we hebben de wind in de rug gelukkig. Zoonlief zet het tempo er stevig in. Ik kan hem nauwelijks bijbenen. Plots gaat hij volop in de remmen. Op nat wegdek. Mijn hart staat even stil. In gedachten zie ik hem al over de kop vliegen. Maar wonder boven wonder slipt de fiets nauwelijks. Hij lijkt er zelf ook van onder de indruk.
“Love you heeft mij beschermd vanuit de hemel. Hij deed zijn vleugels om mij heen zodat ik rechtop bleef. Als je in de hemel bent, kun je alles,” legt hij me uit.

Allemaal goed en wel, maar ik wil toch nog wel even iets weten: “Waarom in hemelsnaam ging je zo ineens vol op de rem staan?” vraag ik zoonlief.
“O, ik wilde effe mijn remmen testen.”

Ware liefde

Mij zou het niet gebeuren. Ik had me grondig ingelezen in alles wat met baby’s te maken heeft en de allerbelangrijkste tip goed in mijn oren geknoopt: zorg dat je meteen een reserveknuffel voor je kind koopt!

Dus terwijl mijn kleine jongen nog lekker in mijn buik rondzwom, gingen echtgenoot en ik samen op zoek naar de perfecte knuffel in tweevoud. Nu is natuurlijk niet elke knuffel geschikt voor een pasgeboren baby dus dat beperkte de keuze al enigszins. Maar voor zoiets belangrijks ga je ook niet over één nacht ijs. Na het nodige wikken en wegen kozen we voor een knuffeldoekje met konijnenkopje. Lekker zacht en knuffelig én 100% babyproof. Ik zag het al helemaal voor me: zijn schattige kleine knuistjes stevig rond het ultrazachte knuffeltje gevouwen. Het lapje liefdevol tegen zijn wangetje gedrukt. Smelt, smelt.

Even overwoog ik zelfs om er drie van te kopen. Want het leek me zó dramatisch voor mijn kind als hij zonder zijn allerliefste knuffeltje door het leven zou moeten. Maar aangezien die knuffeldoekdiertjes al wel genoeg kosten, hielden we het toch maar bij twee. We hebben nu eenmaal geen geldboompje in de tuin en een babyuitzet is sowieso al niet goedkoop.

En toen was hij daar, mijn allerliefste schatje van de wereld: onze zoon Daniël. Zo klein als hij was, maakte hij al meteen duidelijk dat hij een sterke eigen wil heeft: hij moest niets van het knuffeldoekje hebben. Hij gunde het konijnenkopje nog geen blik waardig. Ook de andere knuffels die hij van kraambezoek kreeg, interesseerden hem maar matig. Tja…

Maar toen gebeurde het. Daniël was amper één jaar oud. Hij kreeg de autospiegelknuffel te pakken – bedoeld om je kind in zijn achterwaarts gerichte autostoel in de gaten te kunnen houden. Geen idee hoe hij het voor elkaar heeft gekregen, maar ineens had hij de spiegel (van plastic gelukkig) in zijn ene handje en de knuffel – bijna zo groot als hijzelf – in zijn andere handje.

Het was liefde op het eerste gezicht. Zonder spiegel was de autospiegelknuffel gewoon een … knuffel. Een egel in dit geval. Daniël kon nog niet veel zeggen en zei er ‘Haha’ tegen. En bleef dit zeggen. Dus werd de egel ‘Haha’ gedoopt. Grappig detail: later, toen hij de ‘g’ kon uitspreken, noemde hij Haha altijd ‘Haga’ als hij moest huilen. Enkel en alleen dan. Alsof hij Haha een minder gepaste naam vond in tijden van verdriet. Haha!

Egeltje Haha is inmiddels al zes jaar Daniëls steun en toeverlaat. Hij ging mee naar de crèche en later ook naar de kleuterschool. En uiteraard ’s avonds mee in bed. Daniël heeft nooit een speentje gewild – en geloof me, ik heb ze in alle vormen en maten aangeboden – en nooit op zijn duim gezogen. Iets UIT zijn duim zuigen, kan hij daarentegen prima nu hij zes is, maar dat terzijde.
Hij had genoeg aan egeltjes neus. Haha heeft dan ook al jaren geen neus meer. Volledig weggevreten. Haha’s buik is ontsierd door grote hechtingen. Zijn kleuren zijn hier en daar behoorlijk flets geworden. Maar de liefde is er niet minder om. Integendeel. Al heeft hij inmiddels een heel knuffelimperium, Haha is en blijft zijn grote liefde. Ware liefde is voor altijd.

Het handtassenmysterie

Eens in de zoveel tijd breng ik een bezoekje aan de Kringloopwinkel.
Ditmaal vergezeld door mijn 14-jarige petekind. Terwijl zij er een sport van lijkt te maken om het meest spuuglelijke voorwerp op te sporen, snuister ik tussen het porselein. Ik heb een voorliefde voor romantisch gebloemde borden en kopjes en moet me inhouden om niet met wéér een stapel servies thuis te komen. Dan valt mijn oog op een mooie schaal met lieflijke roosjes. O, wat is ie leuk! En nog helemaal gaaf. Ik spreek mezelf echter streng toe en ga op zoek naar mijn petekind dat ergens tussen de rekken ronddwaalt.

Samen vergapen we ons aan de meest uiteenlopende voorwerpen.
Vintage blikken dozen, asbakken in de vreemdste vormen, voorwerpen waarvan het doel niet duidelijk is, en nog veel meer. Als we weer langs het rek met serviesgoed komen, kan ik niet langer weerstand bieden.
De gebloemde schaal blinkt me smekend tegemoet. Ach, die tweeënhalve euro kan ik nog wel missen, zeker? Er is vast wel een plaatsje over in de kast.

Ik weet nog niet wat ik in de schaal zal serveren, maar ik bedenk wel iets.
Hij gaat hoe dan ook mee. Blij als een kind loop ik met de felbegeerde schaal in mijn handen met mijn petekind richting kassa. We komen langs de handtassen en ik blijf met open mond staan. De hoeveelheid handtassen die er is uitgestald, is niet te bevatten. Leren exemplaren, handtassen van kunststof, maar ook volledig stoffen tassen. En dat in de meest uiteenlopende kleuren. Met of zonder gesp, met korte handvaten of juist een lange riem. Met of zonder rits, franjes, veel of juist weinig vakken. Ik kijk mijn ogen uit.

Sommige zien er nog als nieuw uit. Ongelofelijk dat mensen die allemaal wegdoen. En zo veel, zo ontzettend veel! Ik pak een mooie bruinleren handtas van het rek en bekijk hem van alle kanten. Ziet er nog prima uit en ruikt naar echt leer. Ik kom serieus in de verleiding. Maar ik heb thuis al een handtas en voorlopig nog geen nieuwe nodig.

Hm, dat kleine hippe handtasje is ook wel erg leuk. En met veel handige vakjes. O, wacht, die rode is ook fijn. Zou mooi staan bij mijn retrojurkje.
En is een zwarte handtas niet eigenlijk een onmisbare basic in een vrouwengarderobe? Ineens begint het me te dagen waarom er zo veel handtassen in omloop zijn. Ik heb zo’n vermoeden dat er hier ergens ook bijzonder veel vrouwenschoenen zullen liggen…

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag